Als starter kun je voor het kopen van een woning doorgaans maximaal 100% van de marktwaarde lenen via een hypotheek. Daarnaast kun je als woningkoper die starter is vaak gebruikmaken van een Starterslening om een deel van het resterende tekort op te vangen; dit kan je extra leenruimte geven, gemiddeld tot €30.000, met als belangrijke voorwaarde dat de regeling per gemeente verschilt en je de eerste 3 jaar aflossingsvrij betaalt.
Op deze pagina ontdek je hoeveel een starter kan lenen, welke specifieke voorwaarden en criteria hierbij komen kijken, en hoe hulpmiddelen zoals rekentools je helpen bij het berekenen van jouw mogelijkheden. We bespreken ook de verschillende leningopties, subsidiemogelijkheden en beantwoorden veelgestelde vragen.
Als starter kun je voor het kopen van een woning doorgaans maximaal 100% van de marktwaarde lenen via een reguliere hypotheek. Hoeveel een starter exact kan lenen voor deze hypotheek wordt voornamelijk bepaald door het toetsinkomen, de vaste lasten, het type dienstverband en de leeftijd. Specifiek voor 2025 geldt een positieve ontwikkeling: alleenstaande woningkopers kunnen in Nederland een extra leencapaciteit krijgen die kan oplopen tot maximaal €16.000, bovenop wat hun inkomen normaal zou toelaten.
Daarnaast kun je als woningkoper die starter is vaak gebruikmaken van een Starterslening, welke bedoeld is om een resterend tekort tussen de maximale hypotheek en de koopsom op te vangen. Hoewel deze extra leenruimte gemiddeld tot €30.000 bedraagt, kan dit in specifieke gemeenten oplopen tot €50.000,-. De hoogte van de Starterslening verschilt aanzienlijk per gemeente en hangt af van lokale voorwaarden, het inkomen van de starter en de hoeveelheid eigen vermogen. De Starterslening dekt doorgaans maximaal 20% van de verwervingskosten en kent als gunstige constructie een aflossingsvrije periode van de eerste 3 jaar. Het is cruciaal om te onthouden dat de totale financiering, inclusief de Starterslening, nooit meer mag zijn dan 100% van de marktwaarde van de woning.
Het leenbedrag voor starters wordt bepaald door een combinatie van persoonlijke financiële factoren zoals inkomen, eigen vermogen en dienstverband, aangevuld met specifieke gemeentelijke voorwaarden voor de Starterslening. Deze criteria bepalen niet alleen hoeveel een starter kan lenen via een hypotheek, maar ook de mogelijkheden voor aanvullende financieringen zoals de Starterslening, die zelfs zonder vast contract toegankelijk kan zijn en flexibele aflossingsvoorwaarden kent. De precieze details over je leencapaciteit en de voorwaarden hiervoor bespreken we uitgebreid in de volgende secties.
De persoonlijke financiële situatie van een starter, inclusief het inkomen, is de meest bepalende factor voor hoeveel een starter kan lenen voor een woning. Geldverstrekkers kijken hiervoor uitgebreid naar meer dan alleen je salaris; ze beoordelen ook je spaargeld en financiële buffers, je maandelijkse inkomsten en uitgaven, en je overige beleggingen om een compleet beeld te krijgen. Het is daarbij essentieel om inzicht te hebben in je bestaande financiële verplichtingen, zoals leningen, roodstandfaciliteiten, creditcards, kredieten en leaseovereenkomsten, aangezien deze direct je leencapaciteit beïnvloeden. De schuld-tot-inkomen verhouding is een belangrijke maatstaf om je financiële gezondheid en het vermogen om de toekomstige maandlasten te dragen, vast te stellen. Voor een Starterslening wordt je financiële positie zelfs na 3 jaar opnieuw beoordeeld om te controleren of je draagkracht, mede door de ontwikkeling van je inkomen, voldoende is voor de dan startende aflossingen.
Bij de aankoop van een woning verwijst eigen geld naar het persoonlijke spaargeld dat een starter zelf inbrengt. Hoewel je als starter in Nederland doorgaans maximaal 100% van de marktwaarde van de woning kunt lenen met een hypotheek, zijn er altijd bijkomende kosten, zoals overdrachtsbelasting en notariskosten (de zogenaamde ‘kosten koper’), die niet meegefinancierd mogen worden. Dit betekent dat je, zelfs als je het volledige aankoopbedrag leent, nog steeds eigen geld moet inbrengen om deze extra kosten te dekken. Sommige starters vullen bij hun hypotheekaanvraag wel aan dat hun ingezette eigen geld € 0,- bedraagt, wat betekent dat ze geen aanvullende storting doen bovenop de dekkingsbehoefte die de maximale hypotheek en Starterslening opvangen.
Het bredere begrip eigen vermogen omvat al je bezittingen min al je schulden. Voor een woningkoper bestaat dit uit spaargeld, beleggingen, eventueel een andere woning, minus openstaande leningen of andere financiële verplichtingen. Dit totale eigen vermogen geeft geldverstrekkers inzicht in je financiële stabiliteit, wat indirect meespeelt bij de beoordeling van hoeveel een starter kan lenen en welke risico’s zij inschatten. Je eigen geld is dus een directe uiting van een deel van je eigen vermogen dat je specifiek voor de woning aankoop gebruikt.
Het soort dienstverband en je vaste lasten zijn doorslaggevend voor hoeveel een starter kan lenen. Een vast dienstverband wordt door geldverstrekkers als de meest stabiele basis gezien, wat doorgaans de ruimste leenmogelijkheden biedt. Bij een tijdelijk dienstverband kijken veel geldverstrekkers kritisch naar de ‘Verklaring voortzetting dienstverband’ op je werkgeversverklaring. Hierin wordt de verwachte situatie na afloop van je huidige dienstverband gespecificeerd, zoals of er een verlenging of vaste aanstelling volgt.
Daarnaast hebben je bestaande financiële verplichtingen, oftewel je vaste lasten, een directe invloed op je maximale leenbedrag. Leningen, doorlopende kredieten, creditcards, leaseovereenkomsten en zelfs alimentatieverplichtingen verminderen de maandelijkse ruimte die je hebt voor hypotheeklasten, waardoor je minder kunt lenen. Het is daarom essentieel om een helder overzicht te hebben van al je verplichtingen voordat je een hypotheek aanvraagt.
De gemeentelijke voorwaarden voor startersleningen zijn bepalend voor of je in aanmerking komt en hoeveel een starter kan lenen via deze aanvullende financiering, aangezien elke gemeente in Nederland haar eigen regels opstelt. Deze voorwaarden zijn een weerspiegeling van het lokale beleid om starters op de woningmarkt te ondersteunen en verschillen dan ook sterk per plaats.
De belangrijkste criteria waar gemeenten naar kijken, zijn:
Het is essentieel om de specifieke voorwaarden van jouw gemeente te controleren, want deze criteria bepalen direct de hoogte van de Starterslening die je kunt aanvragen en daarmee hoeveel extra financiering je tot je beschikking hebt. De aanvraag van een Starterslening verloopt altijd via de gemeente en vervolgens via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn).
De Starterslening is een speciale aanvullende lening die gemeenten in samenwerking met het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) aanbieden om starters op de woningmarkt te helpen het verschil te overbruggen tussen hun maximale hypotheek en de aankoopprijs van een woning. Kenmerkend is de unieke opzet: je betaalt de eerste jaren geen maandlasten voor de lening, maar de aflossingen en rente worden dan als extra schuld opgebouwd. Dit vergroot de mogelijkheden voor hoeveel een starter kan lenen, en we bespreken de precieze voorwaarden, rente en looptijd verderop op deze pagina.
De Starterslening heeft een maximale looptijd van 30 jaar en de hoogte van de lening is variabel, omdat deze specifiek wordt afgestemd op je financiële situatie en de gemeentelijke voorwaarden. Hoewel de Starterslening een aanvulling is op je reguliere hypotheek, mag de totale financiering (hypotheek plus Starterslening) nooit meer zijn dan de marktwaarde van de woning. Bovendien moet de totale financiering binnen de maximale grens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) vallen, die in 2025 €450.000 bedraagt.
De specifieke hoogte van de Starterslening wordt bepaald door je inkomen, eigen vermogen en de lokale voorwaarden van de gemeente waar je een huis wilt kopen, wat betekent dat hoeveel een starter kan lenen met deze lening, maatwerk is. Een uniek kenmerk is de aflossingsvrije periode van de eerste drie jaar; pas daarna start de aflossing over de resterende looptijd van maximaal 30 jaar. Een langere looptijd kan de maandlasten verlagen, maar resulteert wel in hogere totale rentekosten. Omgekeerd kan een te korte looptijd leiden tot onnodig hoge maandlasten, wat de cashflow aanzienlijk kan beperken.
De aflossingsvrije periode van de Starterslening is een belangrijk kenmerk dat de financieringsmogelijkheden voor starters beïnvloedt. Gedurende de eerste 3 jaar hoef je voor de Starterslening geen maandelijkse aflossingen te voldoen. Wel wordt de rente over deze periode opgebouwd en bij de oorspronkelijke hoofdsom van de lening opgeteld, waardoor je totale schuld voor de Starterslening toeneemt. Dit resulteert wel in lagere maandlasten in de opstartfase van je woningbezit, wat kan bijdragen aan hoeveel een starter kan lenen door de aanvankelijke financiële druk te verlichten.
De hypotheekrente, zowel voor de Starterslening (na de aflossingsvrije periode) als voor een eventuele aanvullende aflossingsvrije hypotheek, wordt vastgezet voor een specifieke rentevaste periode. Deze periodes kunnen variëren van bijvoorbeeld 1, 3, 5, 7, tot 10 jaar, en bepalen direct de hoogte en zekerheid van je maandlasten. Kortere rentevaste periodes bieden vaak de laagste rentetarieven, maar creëren meer onzekerheid over de maandlasten op de lange termijn, omdat de rente na afloop van de periode plotseling kan stijgen. Langere rentevaste periodes daarentegen bieden meer zekerheid over je maandelijkse uitgaven, al gaan deze meestal gepaard met hogere rentetarieven. Het is goed om te weten dat je boetevrij extra kunt aflossen op je hypotheek wanneer je rentevaste periode afloopt; tussentijds is dit vaak beperkt tot een percentage (veelal 10 tot 20 procent per jaar) van de hoofdsom om boeterente te vermijden.
Om een Starterslening aan te vragen, moet je allereerst een woningkoper zijn die starter is op de Nederlandse woningmarkt. De belangrijkste voorwaarde voor de aanvraag is dat je niet genoeg kunt lenen met een reguliere hypotheek om je eerste woning volledig te financieren. Dit betekent dat je primaire hypotheek onvoldoende is om het resterende tekort tussen de maximale hypotheek en de koopsom op te vangen, waardoor je onvoldoende leenvermogen hebt voor je startershypotheek. Daarnaast is het cruciaal dat de aanvraag voor de Starterslening bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) plaatsvindt voordat een voorlopige bankofferte wordt voorgedaan voor je hoofdlening. Tot slot moet je voldoen aan de specifieke voorwaarden die jouw gemeente heeft opgesteld, aangezien deze per plaats verschillen en direct bepalen hoeveel een starter kan lenen met deze aanvullende financiering.
Ja, op je starterslening kun je altijd extra aflossen zonder boete. In tegenstelling tot een reguliere hypotheek, waar vaak beperkingen gelden voor tussentijdse aflossingen buiten de afgesproken marges, biedt de Starterslening de flexibiliteit om op ieder gewenst moment en in elke hoeveelheid – gedeeltelijk of zelfs geheel – extra af te lossen. Dit kan al vanaf een minimumbedrag van €250,00 en geldt ook voor een eventuele Combinatielening die aan je starterslening gekoppeld is. Door extra af te lossen, word je sneller schuldvrij en betaal je over de gehele looptijd uiteindelijk minder rente, wat een aanzienlijk financieel voordeel oplevert en je maandlasten verlaagt. Dit geeft je meer financiële ruimte, wat indirect van invloed kan zijn op hoeveel een starter kan lenen voor andere toekomstige doelen.
Om je maximale leenbedrag te berekenen als starter, zijn online rekentools een waardevol hulpmiddel dat je direct inzicht geeft in je mogelijkheden. Deze tools, zoals de berekeningstool op Lening.com, bepalen binnen enkele seconden een indicatie van hoeveel een starter kan lenen voor een hypotheek en een Starterslening, gebaseerd op je inkomen en vaste lasten. Je kunt deze rekentools bovendien onbeperkt invullen om verschillende scenario’s te verkennen, waarbij de volgende onderdelen dieper ingaan op de verschillende rekenmodellen, benodigde eigen middelen en adviesmogelijkheden.
Rekenmodellen voor hypotheek en starterslening zijn gespecialiseerde systemen die verder gaan dan een simpele indicatie; ze bieden gedetailleerd inzicht in de financiële mogelijkheden voor starters. Deze modellen berekenen niet alleen hoeveel een starter kan lenen voor een reguliere hypotheek en een aanvullende starterslening, maar ze analyseren ook de specifieke voorwaarden en structuren van deze leningen. Zo kan een rekenmodel bijvoorbeeld een compleet aflossingsoverzicht voor een lineaire hypotheek genereren, inclusief de maandelijkse aflossing en rente tot het einde van de looptijd. Veel van deze tools bevatten duidelijke invoervelden en instructies om je persoonlijke financiële situatie – zoals inkomen, vaste lasten en eigen vermogen – accuraat mee te nemen, waardoor je een op maat gemaakt beeld krijgt van je leencapaciteit.
Deze modellen spelen een cruciale rol omdat ze de complexiteit van leningstructuren verduidelijken, zoals hoe de initiële aflossingsvrije periode van de Starterslening het totale financiële plan beïnvloedt. Door verschillende scenario’s te simuleren, kunnen starters weloverwogen beslissingen nemen over de financiering van hun eerste woning.
Starters die een woning willen kopen, hebben spaargeld nodig voor twee hoofddoelen: het dekken van bijkomende kosten en het opbouwen van een financiële buffer. Gemiddeld hebben startende woningkopers circa tienduizend euro aan spaargeld nodig om de ‘kosten koper’ te voldoen, zoals overdrachtsbelasting en notariskosten, aangezien deze uit eigen middelen betaald moeten worden. Daarnaast is een financiële buffer van enkele duizenden euro’s verstandig voor onvoorziene uitgaven als huiseigenaar, bijvoorbeeld bij een defecte wasmachine of een te vervangen CV-ketel. Een rekentool voor een startershypotheek kan een persoonlijke indicatie geven van de benodigde inleg eigen geld, wat direct inzicht geeft in hoeveel een starter kan lenen en welke spaargelden daarvoor nodig zijn op basis van je persoonlijke financiële situatie.
Starters hebben diverse hypotheek- en leningopties om hun eerste woning te financieren, waarbij de reguliere hypotheek in de vorm van een annuïteiten- of lineaire hypotheek de basis vormt. Daarnaast is de Starterslening een veelgebruikte aanvulling om de leencapaciteit te vergroten en de financiering af te stemmen op hoeveel een starter kan lenen. Deze opties, samen met andere financieringsmogelijkheden en speciale regelingen, worden in de volgende secties gedetailleerd besproken om je een compleet beeld te geven.
Waar een Startershypotheek de reguliere hypothecaire lening voor starters betreft, soms met de optie voor lagere aanvangsbetalingen om de maandlasten in het begin te verlichten, is een Starterslening een specifieke aanvullende financiering. De Startershypotheek is de hoofdlening waarmee hoeveel een starter kan lenen tot maximaal 100% van de marktwaarde wordt bepaald. De Starterslening dient daarentegen als een extra leensom om het resterende financiële verschil tussen de maximale hypotheek en de koopsom van de woning te overbruggen. Een belangrijk kenmerk van de Starterslening, verstrekt door gemeenten en het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn), is dat deze de eerste drie jaar werkt met een oplopende aflossingsschuld, waarbij de aflossingen en rente als extra lening worden opgebouwd, in plaats van dat je direct betaalt.
Een borgstellingskrediet is een lening waarbij een externe partij, vaak de overheid via de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB), garant staat voor een deel van de terugbetaling aan de bank. Deze constructie vergroot de kredietruimte en is primair gericht op zakelijke starters en MKB-ondernemingen die onvoldoende onderpand hebben voor hun investeringen, waardoor banken hen toch meer kunnen lenen. Het is dus geen aanvullende financieringsmogelijkheid voor starters op de woningmarkt om te vergroten hoeveel een starter kan lenen voor een huis; hiervoor is de gemeentelijke Starterslening het aangewezen instrument. Voor zakelijke starters via de BMKB geldt wel een maximumbedrag van 200.000 euro, met kosten die meestal 1 procent van het bruto leenbedrag bedragen, plus een eenmalige vergoeding voor afhandelingskosten.
Ouders kunnen op verschillende manieren bijdragen aan de financiering van een woning voor hun kinderen, maar het is belangrijk te weten dat een lening van ouders formeel niet direct als ‘eigen geld’ wordt beschouwd bij een hypotheekaanvraag. Een schenking van ouders aan hun kinderen daarentegen, valt wel onder het eigen geld en kan cruciaal zijn voor het dekken van bijkomende kosten, zoals de overdrachtsbelasting en notariskosten, die niet kunnen worden meegefinancierd in de maximale hypotheek. Een lening voor de eigen woning die door ouders aan kinderen wordt verstrekt, ook wel een familiehypotheek genoemd, kan wel een waardevolle aanvulling zijn op het totale ‘eigen vermogen’ en de financieringsmogelijkheden vergroten, waardoor hoeveel een starter kan lenen uiteindelijk toeneemt.
Bij zo’n ouderlijke lening is het essentieel dat er een getekend contract tussen ouders en aanvrager wordt opgesteld, waarin duidelijke afspraken staan over het bedrag, de rente en de aflossing. De rente op een dergelijke lening mag niet te laag zijn (hoger dan de spaarrekeningrente) en kan, mits de lening aan de voorwaarden voldoet, zelfs aftrekbaar zijn als hypotheekrente. Dit kan gecombineerd worden met een jaarlijkse schenking van bijvoorbeeld €5.363, waarmee een deel van de lening boetevrij kan worden afgelost. Daarnaast kunnen ouders er ook voor kiezen om mede te tekenen op de hypotheek, wat de starter kan helpen een grotere hypotheeklening te verkrijgen door het gezamenlijke inkomen mee te tellen.
Als starter op de woningmarkt zijn er diverse subsidiemogelijkheden en speciale regelingen beschikbaar die je financiële slagkracht kunnen vergroten. De meest bekende en vaak ingezette is de Starterslening, een gemeentelijke regeling die je helpt als je net niet genoeg kunt lenen voor je eerste woning, waardoor hoeveel een starter kan lenen aanzienlijk kan toenemen. Daarnaast bieden gemeenten soms ook andere stimuleringsregelingen aan, en kunnen adviseurs zoals Financieel Fit je hierbij begeleiden. In de volgende secties duiken we dieper in deze regelingen en hun specifieke voorwaarden.
Gemeentelijke regelingen en lokale voorwaarden zijn van groot belang voor starters, omdat gemeenten een aanzienlijke autonomie hebben om regels en steunmaatregelen af te stemmen op hun specifieke lokale woningmarkt en behoeften. Deze lokale flexibiliteit betekent dat, naast de bekende Starterslening waarvoor gemeenten zelf de voorwaarden bepalen, er ook andere specifieke regelingen of subsidies kunnen bestaan die je financiële plaatje beïnvloeden. Denk hierbij aan ondersteuning voor duurzame woningverbeteringen, aanpassingen aan de woning, of andere eisen die van invloed zijn op de totale investering en daarmee op hoeveel een starter kan lenen. Het is daarom van groot belang om actief te onderzoeken welke specifieke gemeentelijke regelingen en lokale voorwaarden jouw toekomstige gemeente aanbiedt, aangezien deze een onverwachte financiële boost of juist extra eisen kunnen inhouden.
Financieel Fit adviseurs begeleiden starters actief bij het vinden en aanvragen van een Starterslening, die een cruciale aanvulling kan zijn op de hypotheek voor de eerste woning. Zij helpen je te bepalen of je in aanmerking komt voor deze gemeentelijke regeling en analyseren nauwkeurig hoeveel een starter kan lenen met een Starterslening, rekening houdend met je persoonlijke financiële situatie en de geldende lokale voorwaarden. Dit proces begint vaak met een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek. Door hun maatwerk advies en diepgaande kennis van de verschillende gemeentelijke eisen bieden Financieel Fit adviseurs helderheid en ondersteuning. Ze zoeken uit welke hypotheekvorm en Starterslening het beste bij jouw situatie passen en kunnen zelfs de aanvraag namens je verzorgen, wat zorgt voor extra financiële ruimte bij het kopen van je eerste huis.
Als starter kun je doorgaans maximaal 100% van de marktwaarde van een woning lenen via een hypotheek. Dit bedrag kan verder worden aangevuld met een Starterslening, die in sommige gemeenten zelfs kan oplopen tot €50.000,-, gemiddeld bedraagt dit €30.000. De exacte hoogte van hoeveel een starter kan lenen is echter sterk persoonsgebonden en wordt bepaald door je persoonlijke financiële situatie, waaronder je inkomen, leeftijd, vaste lasten en type dienstverband. Voor alleenstaande woningkopers is er in 2025 bovendien een extra leencapaciteit tot maximaal €16.000 mogelijk. Het is hierbij van groot belang om te onthouden dat de totale financiering, inclusief alle aanvullende leningen, nooit de marktwaarde van de woning mag overschrijden. Om jouw specifieke maximale leenbedrag te achterhalen, is het raadzaam je financiële situatie zorgvuldig te laten beoordelen, bijvoorbeeld met behulp van de rekentools voor starters.
Ja, als startende woningkoper kunt u zeker een Starterslening aanvragen als u onvoldoende inkomen heeft om uw eerste woning volledig met een reguliere hypotheek te financieren. Deze specifieke gemeentelijke regeling is er juist om dat financiële gat op te vullen wanneer uw inkomen niet toereikend is voor de aankoop van uw droomhuis.
De exacte hoogte van de Starterslening, en daarmee hoeveel een starter kan lenen als aanvulling, is wel afhankelijk van uw huidige inkomen, uw eigen vermogen en de voorwaarden die uw gemeente stelt. Het is hierbij goed om te weten dat de aflossing van de starterslening, die na de eerste drie aflossingsvrije jaren start, afhankelijk is van de ontwikkeling van het inkomen van de starter. Een hertoetsing van uw financiële situatie kan plaatsvinden, zeker bij een wisselend inkomen, om de maandelijkse aflossing te bepalen.
Nee, eigen geld is niet altijd verplicht als het gaat om het financieren van de volledige koopsom van een woning, aangezien je als starter doorgaans tot 100% van de marktwaarde kunt lenen via een hypotheek. Echter, je hebt vrijwel altijd eigen geld nodig voor de bijkomende kosten, de zogeheten ‘kosten koper’, zoals overdrachtsbelasting en notariskosten, omdat deze niet kunnen worden meegefinancierd. De precieze hoeveelheid eigen geld die je nodig hebt, is sterk persoonsafhankelijk en wordt bepaald door jouw financiële situatie en de hoogte van deze bijkomende kosten, welke de totale financieringsbehoefte beïnvloeden en daarmee indirect hoeveel een starter kan lenen. Het goede nieuws is dat de benodigde eigen inleg soms lager uitvalt dan verwacht, mede dankzij overheidsregelingen zoals de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor starters onder bepaalde voorwaarden.
Ja, op een starterslening kun je altijd boetevrij extra aflossen. Deze flexibiliteit betekent dat je op elk moment, en in elke gewenste hoeveelheid – van een minimum van €250,00 tot de gehele resterende openstaande schuld – extra kunt aflossen zonder dat je daarvoor een boete betaalt. Dit geldt ook voor een eventuele gekoppelde Combinatielening.
Door extra af te lossen, word je niet alleen sneller schuldvrij en bespaar je aanzienlijk op de totale rentelasten, maar het kan ook indirect invloed hebben op hoeveel een starter kan lenen voor toekomstige financiële doelen. Wel is het belangrijk om te weten dat als je in de toekomst verhuist na extra aflossingen, je het afgeloste deel van de starterslening niet automatisch kunt meenemen naar een nieuwe woning. Je wordt dan beschouwd als een ‘doorstromer’ en het afgeloste bedrag zal opnieuw gefinancierd moeten worden, of uit eigen middelen betaald moeten worden, wat gevolgen kan hebben voor je volgende hypotheekaanvraag.
De fundamentele verschillen tussen een starterslening en een borgstellingskrediet liggen in hun primaire doel en de doelgroep die zij bedienen. Een starterslening is een specifieke aanvullende lening die gemeenten aanbieden aan particuliere woningkopers die starters zijn, om het gat tussen hun maximale hypotheek en de aankoopsom van hun eerste woning te overbruggen. Het is er dus op gericht om te vergroten hoeveel een starter kan lenen voor een huis. Daarentegen is een borgstellingskrediet, veelal via de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) van de overheid, expliciet bedoeld voor startende ondernemers en MKB-bedrijven. Dit zakelijke krediet helpt hen financiering bij een bank te krijgen, vooral als ze onvoldoende onderpand hebben. Voor een borgstellingskrediet is een goed doordacht ondernemingsplan cruciaal, en het kan bijvoorbeeld tot €266.667 aan krediet faciliteren, waarbij de overheid tot 67,5% borgstaat voor gunstigere voorwaarden en een lagere rente dan een reguliere zakelijke lening.
Als starter kun je voor een woning in Nederland doorgaans maximaal 100% van de marktwaarde lenen via een reguliere hypotheek. Daarnaast is er vaak een aanvullende Starterslening beschikbaar om een resterend tekort op te vangen, die gemiddeld €30.000 bedraagt, maar in specifieke gemeenten kan oplopen tot €50.000. Een gunstige ontwikkeling voor 2025 is dat alleenstaande woningkopers een extra leencapaciteit tot maximaal €16.000 kunnen krijgen.
De precieze hoogte van hoeveel een starter kan lenen is altijd maatwerk en sterk afhankelijk van je persoonlijke financiële situatie, zoals je inkomen, vaste lasten, type dienstverband en leeftijd. Ook spelen de specifieke gemeentelijke voorwaarden voor een Starterslening een grote rol. Houd er rekening mee dat, ondanks de mogelijkheid om 100% van de woningwaarde te lenen, je altijd eigen geld nodig hebt voor bijkomende kosten zoals overdrachtsbelasting en notariskosten (de ‘kosten koper’), aangezien deze niet meegefinancierd mogen worden. Het is daarom verstandig je mogelijkheden zorgvuldig te laten berekenen, bijvoorbeeld met de rekentools voor starters op Lening.com.
Voor een zakelijke lening kan een starter in Nederland tussen de €5.000 en €1.000.000 lenen voor een bedrijf. Voor veel startende ondernemers ligt het meest gebruikelijke leenbedrag echter tussen de €25.000 en €50.000. Hoeveel een starter exact kan lenen voor een bedrijf hangt sterk af van de overtuigingskracht van een sterk ondernemingsplan, waarin het financiële potentieel en de groeipotentie duidelijk worden beschreven. Aangezien starters vaak nog geen jaarcijfers hebben, is een goed doordacht plan met heldere doelen voor investeringen, zoals de aanschaf van machines, voorraad, of een bedrijfspand, essentieel. Het geleende bedrag wordt meestal in één keer op de zakelijke rekening uitbetaald. Het is verstandig om alleen het geld te lenen dat echt nodig is en hierbij een uitgebreid financieel plan op te stellen om onnodige risico’s en financiële lasten te voorkomen.
Als student kun je als starter in Nederland principieel maximaal 100% van de marktwaarde van een woning lenen via een reguliere hypotheek, vaak aangevuld met een Starterslening die gemiddeld €30.000 bedraagt en in specifieke gemeenten kan oplopen tot €50.000,-. Echter, je studieschuld is een cruciale factor die je maximale leenbedrag aanzienlijk beïnvloedt, veel meer dan bij andere leningen, omdat deze de draagkrachtberekening van hypotheekverstrekkers direct raakt.
Een studieschuld van bijvoorbeeld €25.000 kan, zelfs bij een jaarinkomen van €50.000, de maximale hypotheek verlagen van ongeveer €211.265 naar €175.408. Hoeveel een student kan lenen hangt dan ook sterk af van de omvang van de studieschuld, het inkomen van de student, het eventueel aanwezige eigen vermogen en de specifieke voorwaarden van de gemeente waar de Starterslening wordt aangevraagd. Studenten kunnen hun leenmogelijkheden verbeteren door (een deel van) de studieschuld af te lossen, extra te werken (aangezien er voor studenten onder het leenstelsel geen bijverdiengrens is), of door financiële hulp van ouders te overwegen. Voor een diepgaand inzicht in je specifieke situatie en de invloed van een studieschuld op je hypotheekmogelijkheden, kun je hier meer lezen over hoeveel een student kan lenen.