De regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19, beter bekend als de TVL, was een cruciaal steunpakket van de Nederlandse overheid om bedrijven te helpen hun ongedekte vaste lasten te financieren tijdens de coronacrisis, vaak onder de voorwaarde van minimaal 30 procent omzetverlies. Op deze pagina vindt u een compleet overzicht van de aanvraagprocedure, de specifieke voorwaarden en criteria, en welke alternatieve regelingen er waren.
De regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19, ook wel bekend als de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), was een essentieel steuninstrument van de Nederlandse overheid om ondernemingen te ondersteunen bij het dekken van hun vaste bedrijfskosten die niet meer werden gedragen door de omzet tijdens de coronapandemie. Deze regeling vulde eerdere ondersteuning zoals de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS) aan en ontwikkelde zich gedurende de crisis, waarbij bijvoorbeeld in het eerste kwartaal van 2022 het subsidiebedrag 100 procent van de berekende vaste lasten kon bedragen. De maximale subsidievergoeding varieerde per periode en type onderneming; zo was deze voor het mkb in het eerste kwartaal van 2022 vastgesteld op 550.000 euro, terwijl grote ondernemingen tot 600.000 euro konden ontvangen. Om de TVL aan te vullen, waren er tevens specifieke opslagen beschikbaar, zoals de subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 (OVK) en de voorraadsubsidie, die bovenop de basis-TVL kwamen om sectoren met bijzondere uitdagingen extra te ondersteunen.
Voor de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19, ook bekend als de TVL, golden specifieke voorwaarden en criteria om in aanmerking te komen voor steun. Ondernemingen moesten aantonen dat zij een omzetverlies van ten minste 30 procent hadden geleden in de betreffende subsidieperiode, vergeleken met een vaste referentieperiode. Daarnaast was een cruciale eis dat bedrijven minimaal 4.000 euro vaste lasten hadden die niet door de gedaalde omzet werden gedekt. Om de integriteit van de regeling te bewaken en misbruik tegen te gaan, pasten de uitvoerende instanties verzwaarde controles toe op steunbedragen die hoger waren dan 20.000 euro, wat zorgde voor extra toezicht bij grotere subsidietoekenningen.
Voor de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19, oftewel de TVL, waren duidelijke eisen aan omzetverlies en minimale drempels gesteld om ondernemers in aanmerking te laten komen voor steun. Hoewel over het algemeen een omzetverlies van minimaal 30 procent moest worden aangetoond in de betreffende subsidieperiode ten opzichte van een vaste referentieperiode, kende de regeling ook specifieke variaties. Zo was voor de TVL in het vierde kwartaal van 2021 een minimaal omzetverlies van 20 procent vereist, vergeleken met de omzet in het vierde kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020. Voor startende ondernemingen gold een andere maatstaf: zij moesten meer dan 30 procent omzetverlies lijden in het eerste kalenderkwartaal van 2021, vergeleken met het derde kwartaal van 2020. Naast deze omzetverliesvereisten was het ook cruciaal dat bedrijven minimaal 4.000 euro aan vaste lasten hadden die niet door de gedaalde omzet gedekt werden, om zo te verzekeren dat de subsidie gericht was op ondernemingen met daadwerkelijk substantiële ongedekte kosten.
De regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19, oftewel de TVL, hanteerde maximale subsidiebedragen die varieerden per specifieke subsidieperiode en het type onderneming. Voor mkb-ondernemingen was in het eerste kwartaal van 2022 een maximale subsidie van 550.000 euro beschikbaar. Grotere ondernemingen, die niet onder de mkb-definitie vielen, konden in diezelfde periode, maar ook al in het vierde kwartaal van 2021, aanspraak maken op een hogere maximale TVL-subsidie van 600.000 euro. Deze gedifferentieerde plafonds zorgden ervoor dat de steun proportioneel was aan de omvang van de vaste lasten en gericht bleef op de verschillende behoeften van bedrijven tijdens de coronacrisis. Dit illustreert hoe de overheid de omvang van de ondersteuning aanpaste om zowel kleine als grote ondernemingen effectief door de pandemie te helpen.
Voor de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 golden inderdaad specifieke voorwaarden die afhankelijk waren van de grootte van de onderneming en de sector waarin deze actief was. Een onderneming viel onder de definitie van een mkb-bedrijf wanneer deze minder dan 250 personen werkzaam had en een jaaromzet van maximaal 50 miljoen euro of een balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro. Bedrijven die deze grenzen overschreden, werden beschouwd als grote ondernemingen. Deze indeling bepaalde mede de maximale subsidiebedragen die konden worden toegekend, waarbij grotere ondernemingen toegang hadden tot hogere plafonds om hun omvangrijke vaste lasten te dekken. Daarnaast waren er sectorale opslagen, zoals de subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 (OVK) en de voorraadsubsidie, die bovenop de reguliere TVL kwamen om bedrijfstakken met specifieke, zware uitdagingen tijdens de coronacrisis extra financiële ademruimte te bieden.
Het aanvraagproces voor de subsidie vaste lasten verliep voornamelijk online via de website van de subsidieverstrekker en bestond vaak uit meerdere fasen. Bedrijven dienden doorgaans eerst een online geschiktheidsvragenlijst in, gevolgd door een gedetailleerd aanvraagformulier met alle benodigde bijlagen. De exacte procedure, vereiste documenten en belangrijke deadlines voor de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 worden uitgebreid toegelicht in de onderstaande secties.
Voor de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 moesten ondernemers specifieke documenten en bewijsstukken aanleveren om hun aanspraak op steun te onderbouwen. Het was van cruciaal belang om de gestelde voorwaarden, zoals het minimale omzetverlies van doorgaans 30 procent, duidelijk aan te tonen. Dit betekende dat aanvragers financiële overzichten moesten indienen die het omzetverlies in de betreffende subsidieperiode vergeleken met de referentieperiode. Daarnaast moest de aanwezigheid van minimaal 4.000 euro aan ongedekte vaste lasten worden bewezen, waarvoor documenten zoals huurcontracten, verzekeringspolissen, en energienota’s noodzakelijk waren. Al deze benodigde bijlagen werden digitaal ingediend via het online aanvraagproces, en voor subsidiebedragen boven de 20.000 euro golden verzwaarde controles, wat de behoefte aan accurate en complete bewijsvoering extra benadrukte.
Voor de aanvraag van de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19, ook bekend als de TVL, volgt u een duidelijk stappenplan om het proces zo soepel mogelijk te laten verlopen. Dit proces begon voornamelijk online en vereiste een gestructureerde aanpak om aan alle voorwaarden te voldoen.
Alle aanvraagperiodes voor de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) zijn inmiddels definitief gesloten. Als tijdelijke overheidssteunmaatregel kende de TVL verschillende aanvraagvensters die per kwartaal varieerden en telkens specifieke sluitingsdata hadden. Hoewel deze specifieke deadlines voor TVL-aanvragen verstreken zijn, benadrukte de overheid destijds het belang van tijdige indiening via de officiële online platforms. Voor actuele subsidiemogelijkheden dienen ondernemers zich te richten op de huidig beschikbare regelingen, elk met hun eigen, actieve aanvraagdeadlines.
Om uw geschiktheid voor de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 te controleren, dienden ondernemers tijdens de aanvraagperiodes vaak eerst een online geschiktheidsvragenlijst in, of maakten ze gebruik van een ‘Quickscan’. Dit was een essentiële eerste stap om snel te bepalen of uw bedrijf voldeed aan de primaire voorwaarden, zoals het minimaal vereiste omzetverlies en de drempel voor ongedekte vaste lasten, voordat een gedetailleerde aanvraag werd ingediend. Het doel was om aanvragers vroegtijdig inzicht te geven of hun situatie binnen de subsidievoorwaarden paste, wat vooral handig was wanneer er twijfel bestond over de exacte criteria of als men wilde toetsen of het project in aanmerking kwam. Hoewel alle aanvraagperiodes voor deze subsidie inmiddels definitief gesloten zijn, gaf deze aanpak destijds helderheid en efficiëntie voor degenen die door de coronacrisis waren getroffen.
De regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19, oftewel de TVL, was primair bedoeld voor Nederlandse ondernemingen die zwaar getroffen werden door de coronacrisis en aan specifieke voorwaarden voldeden. Het was essentieel dat een bedrijf aan de omzetverliesvereisten voldeed en een drempelbedrag aan ongedekte vaste lasten had, zoals minimaal 30 procent omzetverlies en 4.000 euro aan ongedekte vaste lasten. Belangrijk om te weten is dat particulieren en overheden niet in aanmerking kwamen voor deze subsidie; de regeling was exclusief gericht op bedrijven, variërend van mkb tot grote ondernemingen.
Voor de aanvraag van deze subsidie was het tevens cruciaal dat ondernemingen beschikten over een eHerkenningsmiddel op niveau 3 (eH3). Dit digitale inlogmiddel, vaak met een specifieke machtiging voor RVO-diensten, was noodzakelijk om veilig en correct de online aanvraag in te dienen via de website van de subsidieverstrekker. Zonder dit middel konden bedrijven, of hun intermediairs die namens hen aanvragen deden, het proces niet doorlopen, wat een fundamentele praktische voorwaarde was om überhaupt in aanmerking te komen.
Naast de algemene regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19, die kleine bedrijven als mkb-ondernemingen al ondersteunde, waren er specifieke steunmaatregelen en financiële regelingen gericht op sportverenigingen om hun unieke uitdagingen te adresseren. Een opvallende regeling was de stimuleringsregeling voor kleine sportverenigingen. Gemeenten konden de Specifieke uitkering stimulering sport (SPUK) aanvragen, waarmee zij de ontwikkeling, instandhouding en exploitatie van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen voor sportbedrijven en -verenigingen konden financieren. Specifiek tijdens de coronacrisis omvatten de steunmaatregelen voor de sportsector ook de beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties en verhuurders sportaccommodaties, kwijtschelding van huur en een uitbreiding van het Waarborgfonds Sport. Verder zijn er subsidies beschikbaar die zich richten op de verduurzaming en toegankelijkheid van sportaccommodaties voor amateursportorganisaties. Het is echter belangrijk te weten dat bepaalde kosten, zoals voor horecavoorzieningen of grondverwerving, vaak uitgesloten zijn van deze subsidies, en dat reguliere sport- en hobbyclubs alleen in aanmerking kwamen voor digitale subsidies bij een aantoonbare maatschappelijke meerwaarde. Een toekomstige, directe financiële verlichting voor niet-winstbeogende sportverenigingen is de vrijstelling van het btw-tarief, die ingaat per 1 januari 2026.
Naast de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL), konden ondernemers een beroep doen op diverse andere vormen van steun en aanvullende regelingen om hun financiële situatie tijdens de coronacrisis te beheren. Direct aanvullend op de TVL waren er specifieke opslagen zoals de subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 (OVK) en de voorraadsubsidie, die sectoren met unieke uitdagingen extra ademruimte gaven. Bovendien waren er bredere subsidieregelingen beschikbaar voor specifieke investeringen die niet onder de TVL vielen, zoals de energie-investeringsaftrek (EIA) en de investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) voor maatregelen als warmtepompen. Daarnaast boden gemeenten en provincies vaak eigen aanvullende subsidies of kwijtschelding van huurpenningen, wat een lokaal vangnet vormde naast de landelijke programma’s.
Naast de directe subsidies voor vaste lasten, bood de NOW-subsidie cruciale ondersteuning voor loonkosten, wat een belangrijke aanvulling was op de bedrijfsvoering. Voor ondernemers die (ook) leningen hadden, waren er mogelijkheden voor financieel beheer die de vaste lasten konden beïnvloeden. Het combineren van subsidies met leningen, bijvoorbeeld voor energiebesparende investeringen, kon leiden tot een lager te lenen bedrag en zo de totale financiële lasten verlichten. Bovendien konden ondernemers herfinanciering overwegen om maandlasten te verlagen via een langere looptijd, of door extra aflossingen te doen op leningen om de vaste lasten te verminderen. Deze diverse opties benadrukten dat het beheren van bedrijfskosten tijdens een crisis vaak een combinatie van verschillende steun- en financieringsmiddelen vereiste.
De NOW-regeling (Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) was een essentiële loonkostensubsidie die werkgevers in Nederland tijdens de coronacrisis ondersteunde. Deze regeling had als voornaamste doel om zoveel mogelijk banen te behouden door bedrijven tegemoet te komen in hun loonkosten bij een aanzienlijke omzetdaling, waarmee het een cruciale aanvulling vormde op steun zoals de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19. Afhankelijk van de periode en het geleden omzetverlies, dat doorgaans minimaal 20 of 30 procent moest zijn, kon de subsidie oplopen tot maximaal 90 procent van de loonsom. De subsidiabele loonsom omvatte het sociale verzekeringsloon, aangevuld met een forfaitaire opslag van 30 procent voor werkgeverslasten zoals pensioenbijdragen en vakantiegeld, waarbij een maximum gold van tweemaal het maximumdagloon per werknemer per maand, ofwel € 9.538 per maand. Hoewel de NOW-regeling breed en generiek was opgesteld voor snelle ondersteuning, speelde het een vitale rol in het voorkomen van massale werkloosheid en het waarborgen van de continuïteit van bedrijven die worstelden met de economische gevolgen van de pandemie.
Voor de culturele en creatieve sectoren in Nederland zijn er diverse subsidies beschikbaar die verder gaan dan crisissteun zoals de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19. Deze subsidies zijn essentieel om culturele creaties te stimuleren en motiveren. Hoewel sommige regelingen, zoals die specifiek gericht op Kunst, cultuur en media, een jaarbudget van € 50.000 kunnen hebben, kent een groot deel van de subsidies een variabel jaarbudget, afhankelijk van het project en de financierende instantie. Deze ondersteuning richt zich op projecten zoals muziekproducties, theaterproducties, documentaires, publicaties, festivals en stipendia voor conservatoren. Er ligt een groeiende nadruk op projecten die creativiteit inzetten voor een brede maatschappelijke impact, waaronder cross-sectorale samenwerkingen met bijvoorbeeld zorg-, milieu- of technologiesectoren, waarvoor tot 125.000 euro aan subsidie beschikbaar kan zijn.
Voor land- en tuinbouwbedrijven is passende financiering cruciaal voor groei, modernisering en het omgaan met unieke sectorale uitdagingen. Deze bedrijven, die zich constant ontwikkelen richting schaalvergroting en technologische vooruituitgang, kunnen te maken krijgen met liquiditeitsproblemen door bijvoorbeeld onverkochte oogsten of seizoensgebonden inkomsten. Daarom is specifieke ondersteuning beschikbaar, zoals de Borgstellingsregeling Vermogensversterkende Kredieten voor startende jonge boeren en tuinders, en de Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL) die tijdelijk werkkapitaal borgstelt. Naast deze generieke regelingen en overheidsinitiatieven, zoals de subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 (OVK) die specifieke steun bood tijdens de crisis, zijn er ook gespecialiseerde producten zoals Agri-line die financiële ademruimte bieden voor bedrijfskapitaal en toekomstige ontvangsten.
Financiering van landbouwgrond is van vitaal belang voor agrarische ondernemingen, al kan toegang tot dergelijke financiering uitdagend zijn, bijvoorbeeld voor boeren die grond willen bijkopen. Innovatieve oplossingen zoals Agri-Financiering grondleasing bieden hier een uitkomst door de financiering van landbouwgrond tot wel 100 procent van de vrije verkeerswaarde mogelijk te maken via tijdelijke erfpacht. Bovendien vereist de landbouwsector niet alleen traditionele leningen, maar ook alternatieve financieringsvormen zoals achtergestelde leningen, venture capital en private equity om ambitieuze toekomstinvesteringen te realiseren en te voldoen aan landbouwspecifieke plafonds van het staatssteunkader.
De regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19, ook bekend als de TVL, bood cruciale voordelen die essentieel waren voor het voortbestaan van veel Nederlandse ondernemingen tijdens de coronacrisis. Een van de grootste pluspunten was de mogelijkheid om in bepaalde periodes, zoals het eerste kwartaal van 2022, 100 procent van de berekende vaste lasten vergoed te krijgen, wat directe financiële ademruimte creëerde. De omvang van de steun was aanzienlijk, met maximale subsidiebedragen die konden oplopen tot 550.000 euro voor mkb-ondernemingen en 600.000 euro voor grote ondernemingen in het eerste kwartaal van 2022, waardoor de regeling een breed scala aan bedrijven effectief kon ondersteunen. Daarnaast bood de TVL flexibiliteit met aanvullende opslagen, zoals de subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 (OVK), die sectoren met specifieke uitdagingen extra hulp gaf. Een belangrijk financieel voordeel dat de impact van de steun verder versterkte, was de belastingvrijstelling op de ontvangen subsidiebedragen.
Ja, bedrijven die na maart 2020 zijn gestart, konden onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor specifieke COVID-19 subsidies. Binnen de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) gold voor startende ondernemingen een aangepaste maatstaf, waarbij zij bijvoorbeeld meer dan 30 procent omzetverlies moesten lijden in het eerste kwartaal van 2021, vergeleken met het derde kwartaal van 2020. Een belangrijke voorwaarde voor ondernemingen die tussen 16 maart 2020 en 30 juni 2020 waren ingeschreven en een TVL-subsidie van minimaal € 25.000 aanvroegen, was het aanleveren van een verklaring van een onafhankelijke deskundige, zoals een accountant of belastingadviseur, ter onderbouwing van hun aanvraag. Ook voor loonsteun via de NOW-regeling waren er specifieke bepalingen voor bedrijven die na 1 februari 2020 en vóór 1 oktober 2021 waren gestart, mits ze een volledige referentieomzetmaand konden aantonen. Het is cruciaal om te weten dat alle aanvraagperiodes voor zowel de TVL als de NOW-regeling inmiddels definitief gesloten zijn.
Ja, er kon zeker een terugbetalingsverplichting ontstaan bij de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) en andere subsidies. Een subsidieontvanger die meer subsidie heeft ontvangen dan na de einddeclaratie gerechtvaardigd bleek, moest het teveel ontvangen subsidie terugbetalen. Dit gebeurde als de definitieve vaststelling van de subsidie lager uitviel dan het voorschot dat eerder was uitbetaald, vaak omdat de werkelijke ongedekte vaste lasten of het omzetverlies lager waren dan aanvankelijk geschat. Bovendien kon een terugvordering plaatsvinden als bedrijven niet voldeden aan de gestelde voorwaarden of als er sprake was van onrechtmatige subsidietoekenning. Het is daarom essentieel dat ondernemingen hun administratie nauwkeurig bijhouden en de afspraken met de subsidieverstrekker naleven om een onverwachte terugbetalingsverplichting te voorkomen. De subsidieverstrekker kon een betalingsregeling aanbieden om de terugbetaling in termijnen te voldoen.
Het subsidiebedrag voor de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) werd berekend op basis van het omzetverlies van een onderneming en een inschatting van de ongedekte vaste lasten. Om dit te bepalen, werd het omzetverliespercentage, vergeleken met een vaste referentieperiode, vermenigvuldigd met een forfaitair percentage dat de vaste bedrijfskosten vertegenwoordigde. Dit forfaitaire percentage, vaak gerelateerd aan de branche van de onderneming, diende als basis voor de ‘berekende vaste lasten’. Vervolgens werd op dit bedrag een subsidiepercentage toegepast; zo kon de subsidie in het eerste kwartaal van 2022 bijvoorbeeld 100 procent van deze berekende vaste lasten bedragen. De exacte berekeningswijze en de percentages konden per subsidieperiode verschillen, en het uiteindelijke bedrag was tevens gemaximeerd per type onderneming.
Wanneer u een subsidie aanvroeg, zoals de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19, en het berekende of aangevraagde bedrag hoger uitkwam dan het vastgestelde maximum, werd het toegekende subsidiebedrag simpelweg afgetopt tot dit maximale plafond. Dit betekent dat zelfs als uw ongedekte vaste lasten en omzetverlies een hogere theoretische vergoeding rechtvaardigden, de overheid nooit meer uitkeerde dan de vooraf bepaalde grens. Voor het mkb was dit in het eerste kwartaal van 2022 bijvoorbeeld €550.000, en voor grote ondernemingen €600.000. Uw aanvraag werd dus niet automatisch afgewezen; het bedrag dat het maximale overschreed, werd simpelweg niet gesubsidieerd. Dit vereiste van ondernemers dat zij voor het deel boven het maximale subsidiebedrag zelf medefinanciering zochten of andere financieringsmogelijkheden verkenden om de volledige kosten te dekken, ongeacht de omvang van de oorspronkelijk ingediende begroting.
Ja, het is zeker mogelijk om meerdere subsidies te combineren, en dit wordt vaak zelfs aangemoedigd, vooral bij projecten die een grotere financiering nodig hebben of een bredere maatschappelijke impact beogen. Veel subsidieverstrekkers zien graag een dekkingsplan en begroting waarin duidelijk wordt dat een project door verschillende partijen wordt gedragen. Het benaderen van meerdere subsidieverstrekkers kan essentieel zijn, aangezien veel fondsen niet de volledige projectkosten financieren en dit bovendien de kans verkleint op voortijdige stopzetting bij een afwijzing van één aanvraag. Het is wel cruciaal om bij elke subsidieaanvraag eerlijk te zijn over andere lopende aanvragen en de betrokken subsidieverstrekkers te informeren, omdat dit inzicht geeft in de totale financieringsstructuur. Hoewel regelingen zoals de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 specifieke criteria hadden, was het combineren van deze steun met bijvoorbeeld de NOW-regeling of sectorale opslagen zoals de OVK een veelvoorkomende praktijk om de financiële klappen van de crisis op te vangen.
Lening.com is primair de betrouwbare partner voor consumenten in Nederland die de beste leningen zoeken, maar onze expertise reikt verder dan alleen persoonlijke kredieten. Wij begrijpen dat de financiële wereld complex is, waarbij de grens tussen een lening en subsidie vaak vloeiend is; zo wordt een subsidie soms zelfs verstrekt in de vorm van een lening of omvatten subsidieregelingen van het Rijk garanties op leningen. Dankzij ons team van financieel deskundige experts en de inzet van geavanceerde technologieën bieden wij niet alleen een 100% onafhankelijke vergelijking van diverse leningopties, maar ook breed financieel advies en hulp die relevant is voor het begrijpen van de totale financiële situatie, inclusief de bredere context van steunmaatregelen zoals de voormalige regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19. Wij helpen klanten met een maatwerk overzicht van passende leningen en begeleiding, zodat zij weloverwogen beslissingen kunnen nemen in een dynamisch financieringslandschap.
De Tijdelijke regeling hypothecair krediet, die door de Nederlandse overheid in 2012 werd ingevoerd, blijft ook in 2025 een belangrijke factor voor de bepaling van de maximale hypotheek en daarmee de impact op uw vaste lasten financiering. Deze wettelijke regeling, vooral van toepassing op nieuwe hypotheekaanvragers, vereist dat hypotheken volledig worden afgelost binnen 30 jaar, via een annuïteitenhypotheek of lineaire hypotheek. Dit heeft directe invloed op uw maandlasten, die bestaan uit zowel aflossing als hypotheekrente, aangezien een langere looptijd over het algemeen lagere maandlasten betekent. Hoe hoger uw totale vaste lasten, des te lager het maximale hypotheekbedrag dat u in 2025 kunt lenen, omdat kredietverstrekkers uw uitgaven zorgvuldig meewegen bij de leencapaciteit.
De invloed van deze regeling op uw maandelijkse vaste lasten betekent dat een gedegen planning van uw financieringsbehoeften cruciaal is. Lagere vaste lasten bevorderen een hogere maximale leenruimte, terwijl hogere vaste lasten door bijvoorbeeld andere leningen leiden tot een minder hypotheekbedrag. Voor starters zijn er in 2025 hypotheekregels die gericht zijn op meer financiële zekerheid en potentieel lagere maandlasten. Dit verschilt fundamenteel van de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL), die zich richtte op het dekken van ongedekte vaste lasten bij omzetverlies, terwijl de Tijdelijke regeling hypothecair krediet de nadruk legt op het beheersen van deze lasten bij het aangaan van een lening om overschuld te voorkomen. Ook de actuele toetsrente van 5 procent in 2025, die wettelijk als ondergrens geldt, en algemeen stijgende rentevoeten beïnvloeden de betaalbaarheid van vastgoedkrediet.
De Extra financiering eco regeling 2024 markeert een belangrijke verschuiving van crisisbestrijding naar duurzaamheidsinvesteringen, als aanvulling op de voormalige COVID-19 steunmaatregelen. Waar de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) noodhulp bood om bedrijven door de pandemie te helpen, richten de eco regelingen van 2024 zich op het stimuleren van groene initiatieven en energiebesparing op de lange termijn. Vanaf 2024 is het bijvoorbeeld mogelijk om een hoger bedrag extra te lenen voor verduurzaming, waarbij de exacte hoogte afhangt van het energielabel van een woning. Nieuwe regelgeving maakt zelfs extra financiering in een bouwdepot mogelijk om het energielabel te verbeteren. Zo kunnen huishoudens met een woning met energielabel E, F of G tot wel €20.000 extra leencapaciteit krijgen voor het verduurzamen van hun woning, wat direct bijdraagt aan lagere maandelijkse energiekosten. Ook de industrie wordt niet vergeten, met financiering voor verduurzaming en behoud van sectoren, zoals in Zeeland, waarmee de overheid de groene transitie breed stimuleert.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) biedt financiering voor persoonlijke ondersteuning en voorzieningen, die fundamenteel verschilt van noodsteun zoals de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19. Wmo-financiering richt zich op het in staat stellen van burgers om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen en deel te nemen aan de maatschappij, vaak via een maatwerkvoorziening die financiering van begeleiding mogelijk maakt. Deze ondersteuning kan ook gelden voor initiatieven zoals de financiering van een zorgboerderij of een mantelzorgwoning, vaak in combinatie met de Wet langdurige zorg (Wlz). Echter, projectfinanciering via Wmo sluit expliciet bedrijfskosten zoals opleidingskosten, overheadkosten, kantoorkosten, activiteiten die tot exploitatie van een instelling horen, kosten voor een bouwproject, inrichting en commerciële productontwikkeling uit, wat benadrukt dat het geen algemene bedrijfssubsidie is, maar gerichte sociale ondersteuning.