De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een regeling in Nederland die ondersteuning biedt aan burgers zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en kunnen deelnemen aan de maatschappij. Deze Wmo financiering helpt bij de kosten voor begeleiding en maatwerkvoorzieningen, wat essentieel is voor het mogelijk maken van bijvoorbeeld ondersteuning op een zorgboerderij zoals De Munnikenhof, en kan soms zelfs ondersteuning bieden voor een mantelzorgwoning.
Op deze pagina duiken we dieper in de werking van de Wmo financiering, de verschillende vormen zoals Zorg in Natura en het Persoons Gebonden Budget (PGB), en hoe gemeenten hierin een rol spelen. We bespreken welke kosten wel en niet worden gedekt – denk aan de uitsluiting van opleidingskosten, overheadkosten en kosten voor een bouwproject – en hoe u financiering aanvraagt. Daarnaast vergelijken we de Wmo met andere regelingen zoals de Wlz en de Zorgverzekeringswet, en beantwoorden we veelgestelde vragen om u een compleet beeld te geven.
Wmo financiering is de financiële ondersteuning die gemeenten bieden op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), met als doel burgers te helpen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te blijven wonen en volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Deze wmo financiering maakt een breed scala aan maatwerkvoorzieningen en vormen van ondersteuning mogelijk, zoals begeleiding, hulpmiddelen, en hulp bij psychische problemen, essentieel voor zelfredzaamheid en participatie.
Deze ondersteuning kan bijvoorbeeld worden ingezet voor aanpassingen in de woning, begeleiding op een zorgboerderij zoals De Munnikenhof, of in specifieke gevallen zelfs bij de financiering van een mantelzorgwoning. Een belangrijk kenmerk is dat de Wmo een eigen bijdrage kent die niet inkomensafhankelijk is, wat betekent dat de kosten voor iedereen met een Wmo-voorziening hetzelfde zijn, ongeacht het inkomen. Vanaf 2026 ontvangen gemeenten jaarlijks € 75 miljoen extra Wmo-budget om de groeiende zorgbehoeften, met name door vergrijzing, beter op te vangen en de druk op Wmo-diensten te verlichten.
De Wmo financiering werkt doordat gemeenten maatwerkvoorzieningen en ondersteuning bieden aan burgers, voornamelijk via Zorg in Natura of een Persoons Gebonden Budget (PGB). Dit omvat onder andere de financiering van begeleiding en, in bepaalde gevallen, subsidies voor woningaanpassingen om zelfstandig wonen te bevorderen. Hoe gemeenten de financiering precies regelen, welke vormen van ondersteuning er zijn en hoe u dit kunt aanvragen, leest u in de volgende onderdelen.
Gemeenten spelen een centrale rol in de Wmo financiering, aangezien zij wettelijk verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in Nederland. Dit betekent dat gemeenten bepalen welke algemene en maatwerkvoorzieningen beschikbaar zijn voor inwoners, en hoe deze financieel worden ondersteund, bijvoorbeeld via subsidies en vergoedingen. Ze hebben hierbij de bevoegdheid om te bepalen wanneer en welke hulp via de Wmo wordt verleend, wat kan leiden tot verschillen in de uitvoering tussen gemeenten. Hoewel het Wmo-budget vanaf 2026 jaarlijks met € 75 miljoen wordt verhoogd om beter in te spelen op de zorgbehoeften van ouderen en de druk op Wmo-diensten te verlichten, geven gemeenten vaak aan dat ze onvoldoende middelen hebben om de resultaten van hun Wmo-beleid goed te meten. Daarnaast financieren gemeenten ook specifieke zaken, zoals begeleiding in onderwijs-zorgboerderijen en, in sommige gevallen, benodigde hulpmiddelen voor cliënten met een Wlz-indicatie en VPT.
Binnen de Wmo financiering heeft u als cliënt de keuze uit twee hoofdvormen om uw zorg en ondersteuning te ontvangen: Zorg in Natura (ZIN) en het Persoonsgebonden Budget (PGB). Deze opties maken het mogelijk om maatwerkvoorzieningen, zoals begeleiding op een zorgboerderij of hulp bij zelfredzaamheid en participatie, passend te bekostigen.
Bij Zorg in Natura regelt de gemeente de benodigde zorg direct via gecontracteerde zorgaanbieders. Dit betekent dat u de diensten ontvangt zonder zelf de administratie of het contracteren van zorgverleners te hoeven beheren. ZIN is bijvoorbeeld een uitkomst wanneer een PGB niet passend blijkt, er geen beheerder beschikbaar is voor het budget, of voor personen die zorg direct willen ontvangen van een instelling tijdens een overbruggingsperiode op een PGB-wachtlijst.
Het Persoonsgebonden Budget (PGB) is daarentegen een geldbedrag dat u van de gemeente ontvangt om zelf uw zorg in te kopen. U krijgt hiermee meer vrijheid om te kiezen welke zorgverlener u inschakelt, hoe de zorg wordt ingevuld en op welke tijden. Het PGB wordt veelvuldig gebruikt voor de financiering van dagbesteding, begeleiding en, in sommige gevallen, wonen bij zorgboerderijen, waarbij de budgethouder de regie over de zorg behoudt. Het beheren van een PGB vraagt echter wel om meer administratie en eigen verantwoordelijkheid.
De wmo financiering is gebonden aan specifieke voorwaarden en een juridisch kader dat de uitvoering door gemeenten regelt. Naast de Wet maatschappelijke ondersteuning zelf, worden de regels verder uitgewerkt in de lokale Verordening maatschappelijke ondersteuning en het Uitvoeringsbesluit en de uitvoeringsregeling maatschappelijke ondersteuning. Dit betekent dat gemeenten binnen deze kaders zelf bepalen wat zij wel en niet verplicht zijn te doen, wat kan leiden tot verschillen in de ondersteuning per gemeente. Het is daarom cruciaal om de lokale verordeningen van uw eigen gemeente te raadplegen.
Bij het toekennen van wmo financiering is er, naast de eerder genoemde uitsluitingen zoals opleidingskosten en overhead, geen dekking voor commerciële productontwikkeling, inrichting of kantoorkosten. Ook gelden er specifieke regels voor de financiering van woningaanpassingen via de Wmo, zoals gedetailleerd beschreven in bijvoorbeeld de Tipgids Woningaanpassingen. Een belangrijk onderliggend principe is dat de Wmo vaak als laatste redmiddel dient; van aanvragers wordt verwacht dat zij eerst zelf financiële middelen overwegen of andere mogelijkheden verkennen, alvorens Wmo-ondersteuning wordt toegekend.
Wmo financiering dekt de kosten voor maatwerkvoorzieningen die essentieel zijn om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen en deel te nemen aan de maatschappij, zoals begeleiding, hulpmiddelen, woningaanpassingen (denk aan een traplift) en soms ook vervoer naar dagbesteding. Bepaalde kosten vallen echter buiten de dekking, waaronder opleidingskosten, kantoor- en bouwkosten, welke in de volgende onderdelen uitgebreider aan bod komen. Hier vindt u meer details over de specifieke kosten die wel en niet worden gedekt.
Binnen de Wmo financiering zijn bepaalde kosten expliciet uitgesloten van vergoeding, omdat de Wet maatschappelijke ondersteuning zich richt op directe ondersteuning voor zelfredzaamheid en participatie, niet op algemene bedrijfsvoering of vermogensopbouw. Dit betekent dat u geen wmo financiering ontvangt voor:
Deze uitsluitingen zorgen ervoor dat de middelen van de Wmo financiering gefocust blijven op maatwerkvoorzieningen die direct ten goede komen aan het zelfstandig functioneren van de burger, en voorkomen dat indirecte of algemene kostenposten, die vaak elders belegd kunnen worden, hieruit worden gedekt.
De Wmo financiering is gericht op het dekken van de kosten voor begeleiding en diverse maatwerkvoorzieningen, essentieel om zelfstandigheid en maatschappelijke participatie te bevorderen. Deze begeleiding kan vele vormen aannemen, waaronder individuele begeleiding en groepsbegeleiding, afhankelijk van de persoonlijke situatie en benodigde ondersteuning. Het doel van dergelijke begeleiding is vaak cruciaal, zoals het voorkomen van uitval van het kind of het begeleiden van de opbouw aan het einde van een re-integratietraject. Daarnaast worden de kosten van maatwerkvoorzieningen gedekt, wat specifieke hulpmiddelen of aanpassingen zijn die direct bijdragen aan de zelfredzaamheid, altijd na een zorgvuldige beoordeling door de gemeente.
Om Wmo financiering aan te vragen, meldt u uw behoefte bij uw eigen gemeente. Zij onderzoeken vervolgens uw persoonlijke situatie om vast te stellen welke ondersteuning het beste bij u past om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen en deel te nemen aan de maatschappij. De exacte stappen van dit proces, de benodigde documenten en de verdere afhandeling van uw aanvraag worden in de volgende secties uitgebreid behandeld.
Het aanvraagproces voor Wmo financiering bij de gemeente volgt een gestructureerde procedure om te bepalen welke ondersteuning het beste aansluit bij uw persoonlijke situatie. Het doel is altijd om u zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen en volwaardig deel te laten nemen aan de maatschappij. Hieronder vindt u de veelvoorkomende stappen:
Om een aanvraag voor Wmo financiering succesvol in te dienen, heeft de gemeente diverse documenten en bewijsstukken van u nodig. Deze zijn essentieel voor de gemeente om uw identiteit, inkomenssituatie en eventuele eigen middelen te kunnen beoordelen, wat cruciaal is voor het vaststellen van uw recht op ondersteuning en de hoogte van een eventuele eigen bijdrage.
De meest voorkomende documenten die u moet aanleveren zijn:
Afhankelijk van uw persoonlijke situatie of de specifieke aanvraag voor Wmo financiering, kan de gemeente ook vragen om aanvullende documenten, zoals een arbeidscontract, extra loonstroken, of documenten van een eventuele partner. Zorg ervoor dat alle aangeleverde bewijsstukken duidelijk leesbaar en volledig zijn om vertraging in het aanvraagproces te voorkomen.
Binnen de Wmo financiering kent Nederland twee primaire vormen van ondersteuning: Zorg in Natura (ZIN) en het Persoonsgebonden Budget (PGB), die beide gericht zijn op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie. Waar ZIN directe dienstverlening via gecontracteerde zorgaanbieders biedt, geeft het PGB burgers een geldbedrag om zelf zorg in te kopen met meer regie. Ter vergelijking maken aanverwante regelingen vaak gebruik van bredere financieringsmethoden, waaronder subsidies, fondsen, en diverse financieringen en kredieten. Deze andere vormen, die ook beurzen, sponsoring of fiscale regelingen kunnen omvatten, onderscheiden zich van Wmo doordat ze vaak gericht zijn op andere doelen dan directe individuele ondersteuning, zoals projectfinanciering, organisatieondersteuning of specifieke thema’s, en kennen elk hun eigen aanvraagprocedures en voorwaarden.
De financiering van zorg en ondersteuning in Nederland wordt geregeld via drie afzonderlijke wetten: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw), die elk een eigen doel, focus en financieringsstructuur hebben. De Wmo financiering, geregeld door gemeenten, richt zich op het ondersteunen van burgers om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen en deel te nemen aan de maatschappij, bijvoorbeeld via woningaanpassingen of begeleiding, en kent een vaste eigen bijdrage. De Wlz is daarentegen een volksverzekering voor mensen die intensieve en langdurige zorg nodig hebben vanwege een blijvende behoefte, gefinancierd uit premies en belastingen, waarbij zorgkantoren de financiering van bijvoorbeeld dagbesteding en wonen bij zorgboerderijen organiseren, met een variabele eigen bijdrage. De Zorgverzekeringswet, tot slot, dekt de kortdurende medische zorg, zoals huisartsenzorg, ziekenhuisbezoek en verpleging thuis, en wordt voornamelijk gefinancierd via een nominale premie en een inkomensafhankelijke bijdrage, aangevuld met een verplicht eigen risico.
Ondanks deze duidelijke verschillen in doel en dekking, sluiten de financieringsregelingen van Wmo, Wlz en Zvw bepaalde kosten uniform uit, zoals opleidingskosten, overheadkosten en kosten voor een bouwproject. Dit betekent dat deze drie belangrijke zorgwetten gezamenlijk geen financiering bieden voor algemene exploitatie, bedrijfsinrichting of commerciële productontwikkeling, wat consistent is met de focus op directe zorg en ondersteuning aan de burger. Het feit dat de financieringsstromen van Wmo, Wlz (en Jeugdzorg) gescheiden zijn, kan soms echter leiden tot uitdagingen in de continuïteit van zorg en administratieve lasten, vooral wanneer cliënten overstappen tussen deze regelingen.
Hoewel Wmo financiering primair gericht is op individuele ondersteuning, kunnen complexere behoeften of projecten die buiten het directe bereik van de Wmo vallen, aanvullende financieringsvormen vereisen. Een voorbeeld hiervan is Maatwerkfinanciering, zoals specifieke fondsen voor projecten die bijdragen aan de reductie van de CO2-uitstoot in Drenthe. Dergelijke maatwerkfinanciering kan tot maximaal €2.500.000 bedragen en tot 50% van de investering dekken, waarbij de looptijd en rente projectafhankelijk zijn. Deze opties zijn vooral relevant voor organisaties, zoals zorgboerderijen of andere instellingen, die aanvullende middelen zoeken voor duurzame investeringen of uitbreidingen die niet via reguliere Wmo-gelden gedekt worden. Voor zowel particulieren als MKB-ondernemers bestaan er tevens diverse aanvullende financieringsmogelijkheden zoals crowdfunding, durfkapitaal, kredieten via Qredits, factoring, leasing en microkredieten. Deze alternatieven bieden een oplossing wanneer bancaire financiering of de reguliere wmo financiering niet toereikend is voor het realiseren van bredere doelen die de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie indirect ondersteunen.
Wmo financiering is primair bedoeld voor burgers in Nederland die ondersteuning nodig hebben om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen en volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Dit omvat specifiek ouderen, mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, en mensen met psychische problemen. Het doel is om deze doelgroepen de benodigde voorzieningen, hulp en ondersteuning te bieden, zoals woningaanpassingen of begeleiding, om hun zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie te bevorderen.
Ja, de Wmo financiering kan in specifieke gevallen ondersteuning bieden voor een mantelzorgwoning, maar dit is meestal geen volledige financiering voor de bouw of aankoop ervan. De Wet maatschappelijke ondersteuning richt zich op maatwerkvoorzieningen en aanpassingen die nodig zijn om de mantelzorg mogelijk te maken en de zorgbehoevende zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. Dit betekent dat de Wmo kan bijdragen aan noodzakelijke woningaanpassingen die direct verband houden met de zorgbehoefte binnen of bij de mantelzorgwoning, maar niet voor de algemene bouw- en kantoorkosten of grote investeringen in onroerend goed zoals een nieuwbouwproject. Voor de financiering van een mantelzorgwoning als volledig bouwproject zijn vaak andere financieringsvormen nodig, zoals een hypotheek, leningen, of het gebruik van overwaarde van een huis, waarbij banken soms bezwaar hebben tegen de financiering van een mantelzorgwoning vanwege het tijdelijke concept.
Bij Wmo financiering zijn er geen algemeen vastgestelde maximale bedragen of vaste looptijden, zoals bij traditionele leningen of specifieke projectsubsidies. De aard van Wmo financiering is namelijk maatwerk: gemeenten bepalen de omvang en duur van de ondersteuning op basis van uw persoonlijke situatie en de daadwerkelijk benodigde maatwerkvoorzieningen, zoals hulpmiddelen, woningaanpassingen of begeleiding. Dit betekent dat de hoogte van de vergoeding afhangt van de noodzaak en de kosten van de specifieke voorziening, en de looptijd is gekoppeld aan hoe lang de ondersteuning nodig is om uw zelfredzaamheid en participatie te bevorderen.
Wmo financiering en particuliere financiering verschillen fundamenteel in doel en opzet. Waar Wmo financiering door gemeenten wordt verstrekt om maatschappelijke ondersteuning te bieden op basis van individuele zorgbehoefte, dient particuliere financiering om persoonlijke uitgaven of investeringen te dekken en is gebaseerd op uw kredietwaardigheid en aflossingscapaciteit. Bij de Wmo ontvangt u geen geldbedrag om vrij te besteden, maar directe ondersteuning via Zorg in Natura of een Persoonsgebonden Budget (PGB) voor specifieke voorzieningen.
In tegenstelling tot wmo financiering, waarbij een eigen bijdrage wordt gevraagd maar geen terugbetaling van een lening plaatsvindt, betaalt u een particuliere lening in vaste termijnen terug aan een kredietverstrekker. Een belangrijk voordeel van particuliere financiering is dat u in bijna alle gevallen de mogelijkheid heeft om het geleende bedrag boetevrij vervroegd af te lossen, iets wat niet van toepassing is op de Wmo. Bovendien baseert een kredietverstrekker de toekenning van particuliere financiering op uw inkomen en contracttype – zoals een vast contract, tijdelijk contract, uitzendcontract (fase B en C), of zelfs een uitkering – terwijl Wmo financiering uitsluitend is gericht op de noodzaak tot maatschappelijke ondersteuning, ongeacht uw dienstverband.
Als uw aanvraag voor Wmo financiering wordt afgewezen, betekent dit dat de gemeente heeft besloten dat u op dit moment niet in aanmerking komt voor de aangevraagde ondersteuning. U ontvangt altijd een schriftelijke beslissing, de zogenaamde beschikking, waarin de redenen voor de afwijzing duidelijk worden uitgelegd. Vaak zijn de redenen voor een afwijzing een onvoldoende onderbouwing, het ontbreken van noodzakelijke gegevens of verplichte bijlagen, of de gemeente is van mening dat er alternatieve oplossingen zijn, bijvoorbeeld binnen uw eigen sociale netwerk of via algemene voorzieningen.
Het is belangrijk om de beschikking zorgvuldig door te lezen. Hierin staat vaak niet alleen de reden van afwijzing, maar ook advies en de vervolgstappen die u kunt nemen. U heeft altijd het recht om bezwaar te maken tegen dit besluit binnen de gestelde termijn. Dit kan door aanvullende informatie te verstrekken, de argumentatie te verbeteren, of een hernieuwd verzoek in te dienen waarin u de bezwaren van de gemeente adresseert.
Hoewel de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) beide essentieel zijn voor ondersteuning in Nederland, ligt hun relatie in de overlap bij bepaalde zorgbehoeften en de coördinatie die dit vereist. De Wlz financiering richt zich op mensen met blijvende, intensieve zorgbehoeften die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen, terwijl de Wmo financiering door gemeenten wordt geboden om zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie te bevorderen voor mensen die thuis kunnen blijven. Voorzieningen zoals dagbesteding kunnen bijvoorbeeld zowel via de Wmo als de Wlz gefinancierd worden, afhankelijk van de zorgindicatie, zoals te zien is bij de financiering van dagbesteding bij De Amsteltuin, die via WMO, Wlz of PGB kan plaatsvinden.
De scheiding van deze financieringsstromen, samen met die van Jeugdzorg, kan echter leiden tot uitdagingen in de continuïteit van zorg en administratieve lasten, vooral wanneer cliënten overstappen tussen regelingen, en kan zelfs negatieve effecten creëren zoals stigma en een te sterke nadruk op uitstroom. Toch kennen beide wetten, net als de Zorgverzekeringswet, uniforme uitsluitingen voor project financiering; zij vergoeden geen overheadkosten, opleidingskosten, inrichting, kantoorkosten, activiteiten die tot exploitatie van een instelling horen, of commerciële productontwikkeling, wat aangeeft dat de focus altijd ligt op directe zorg en ondersteuning aan de burger.
Groene financiering richt zich op het financieren van projecten en initiatieven die bijdragen aan duurzaamheid en een positieve impact hebben op het milieu, vaak met een maatschappelijk rendement. Binnen de maatschappelijke ondersteuning opent dit deuren voor organisaties en lokale projecten die een bijdrage leveren aan zowel sociale welzijn als milieudoelen. Dit omvat subsidies voor groene initiatieven en duurzame voorzieningen die onderdeel zijn van maatschappelijke projecten. Bijvoorbeeld, een zorgboerderij die reeds wmo financiering ontvangt voor cliëntbegeleiding, kan aanvullende groene financiering aanvragen voor de installatie van zonnepanelen of het aanleggen van een duurzame moestuin. Deze financieringen, zoals subsidies voor groene, sociale en creatieve projecten, ondersteunen initiatieven met een maatschappelijke uitstraling die ook het milieu ten goede komen. Dit kan variëren van investeringen in duurzaam wonen tot het opzetten van lokale projecten die bijdragen aan een prettige en duurzame leefomgeving voor cliënten die afhankelijk zijn van maatschappelijke ondersteuning.
De Wet financiering decentrale overheden (WFDO) regelt de financiële kaders waarbinnen gemeenten en andere decentrale overheden opereren, met name hoe zij hun middelen beheren en investeren. Deze wet creëert het bredere financiële speelveld voor gemeenten, wat direct van invloed is op de beschikbare budgetten voor maatschappelijke taken zoals de Wmo financiering.
De decentralisatie van het sociaal domein, waaronder de Wmo, Jeugdzorg en Participatiewet, heeft ingrijpende financiële gevolgen gehad voor gemeenten. Dit betekent dat de financiële stromen binnen het sociaal domein, en daarmee de Wmo-budgetten, onder druk staan en om effectievere en efficiëntere besteding vragen. Hierdoor moeten gemeenten continu afwegen hoe zij hun financiële middelen inzetten om de toenemende zorgbehoeften het hoofd te bieden, ondanks de extra middelen die zij ontvangen.
Hoewel Wmo financiering direct door de gemeente wordt geregeld voor maatschappelijke ondersteuning, kan Lening.com een waardevolle partner zijn voor aanvullende particuliere financiering van behoeften die buiten de Wmo-regeling vallen. De Wmo financiering richt zich op specifieke maatwerkvoorzieningen en dekt bijvoorbeeld geen volledige bouwprojecten zoals een mantelzorgwoning, grote woningaanpassingen die verder gaan dan strikt noodzakelijk, of kosten voor opleidingen. In dergelijke gevallen biedt Lening.com een platform om diverse soorten persoonlijke leningen te vergelijken en aan te vragen, waarmee u financiering kunt vinden voor bijvoorbeeld het verduurzamen van uw woning, grotere verbouwingen, of zelfs om een lening over te sluiten. Een uniek voordeel is dat u via Lening.com ook financiering kunt afsluiten met een uitkering, een tijdelijk contract of een uitzendcontract (fase B en C), wat bij traditionele banken soms lastiger is. Het aanvraagproces is eenvoudig, snel en transparant, en Lening.com biedt een 100% onafhankelijke vergelijking van betrouwbare kredietverstrekkers die onder toezicht staan van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Zo vindt u de meest voordelige lening die past bij uw persoonlijke financiële situatie en aanvullende behoeften naast de gemeentelijke Wmo financiering.