De financiering jeugdzorg is een stelsel van middelen en structuren waarmee de jeugdhulp in Nederland wordt bekostigd. U ontdekt hier de werking, beschikbare financieringsbronnen en geldende regels binnen dit complexe systeem.
Financiering jeugdzorg omvat de structurele geldstromen en regelingen die de continuïteit en kwaliteit van de jeugdhulp in Nederland waarborgen. Gemeenten in Nederland zijn de primaire verantwoordelijke instanties, die zorgen voor voldoende financiële middelen voor jeugdhulp. De omvang hiervan is aanzienlijk; in 2021 bedroeg het totale jeugdzorgbudget in Nederland bijvoorbeeld 5,5 miljard euro.
Een adequate financiering van jeugdzorg is cruciaal voor de ondersteuning van kinderen en jongeren die jeugdhulp nodig hebben, wat bijdraagt aan hun ontwikkeling en welzijn. Ondanks het belang en de investeringen worstelen Nederlandse gemeenten en jeugdzorginstellingen momenteel met oplopende tekorten, als gevolg van een groeiend beroep op jeugdzorg. Om deze druk te verzachten, is er voor 2024 en 2025 een financieel principeakkoord gesloten dat 385 miljoen euro extra budget voor jeugdzorg beschikbaar stelt. Dit benadrukt de voortdurende inspanningen om de toegankelijkheid en kwaliteit van jeugdhulp te waarborgen, ondanks de complexe financiële uitdagingen.
Voor de financiering van jeugdzorg in Nederland zijn er diverse bronnen beschikbaar. Deze omvatten voornamelijk gemeentelijke budgetten, subsidies voor innovatieve projecten, en bijdragen van zorgverzekeraars, waarbij ook specifieke regelingen gelden voor bijvoorbeeld onderwijs op zorgboerderijen. U vindt hieronder een gedetailleerde toelichting op elk van deze financieringsstromen.
Gemeentelijke financiering jeugdzorg wordt deels bepaald door het objectief verdeelmodel, dat gemeenten extra budget toekent op basis van risicofactoren zoals armoede of psychische problematiek bij ouders. Dit model zorgt ervoor dat gemeenten, die financiering van de rijksoverheid ontvangen voor hun wettelijke jeugdtaken, gerichter middelen kunnen inzetten. Vanaf 2027 implementeert Nederland een nieuw financieringssysteem dat jaarlijks 1 miljard euro structureel verdeelt onder gemeenten. Dit budget wordt aangevuld op basis van het bruto binnenlands product, bevolkingsgroei, en loon- en prijsontwikkelingen. Hierdoor staat de financiële positie van gemeenten echter onder druk, met een verwacht tekort van 2 tot 3 miljard euro vanaf 2026 door de herverdeling van het Gemeentefonds.
Subsidies voor innovatieve projecten in de jeugdzorg zijn beschikbaar voor non-profitorganisaties en zorginstellingen die vernieuwende initiatieven ontplooien buiten de reguliere financiering jeugdzorg. Deze regelingen bevorderen projecten die een nieuw perspectief bieden of lacunes in het bestaande aanbod invullen, zoals methodiekontwikkeling of innovatieve benaderingen. Per uitgifte kunnen aanvragers een subsidiebedrag ontvangen tussen € 5.000 en € 25.000. Voor het jaar 2025 is hiervoor een jaarbudget van € 703.240 beschikbaar, met indieningstermijnen van maart tot en met december 2025. Een belangrijk aspect is dat bij bedragen boven de € 5.000 geen cofinanciering vereist is, wat de drempel voor kleinere, innovatieve projecten verlaagt.
De financiering van jeugd-GGZ valt primair onder de verantwoordelijkheid van gemeenten, die deze zorg via de Jeugdwet regelen. Voor 2015 namen gemeenten deze taak over van zorgverzekeraars, waarbij 1,5 miljard euro aan budget verschoof. Dit betekent dat psychosociale hulpverlening en geestelijke gezondheidszorg voor jongeren tot achttien jaar volledig vanuit de Jeugdwet wordt bekostigd. Het is essentieel dat gemeenten en verzekeraars de zorgcontinuïteit waarborgen, vooral wanneer jongeren na hun achttiende verjaardag nog behandeling nodig hebben. In dat geval verschuift de financiering namelijk naar de Zorgverzekeringswet.
De financiering van onderwijs op zorgboerderijen, een specifiek onderdeel van de financiering jeugdzorg, loopt via gemeenten (Wmo, Jeugdzorg), samenwerkingsverbanden van scholen en gerelateerde scholen zelf. Desondanks vormt deze financiering een groot knelpunt, omdat de huidige structuur voornamelijk zorggelden toestaat, maar geen specifiek onderwijsgeld voor deze locaties. Hierdoor mogen onderwijsmiddelen, die scholen ontvangen, niet rechtstreeks worden doorgeschoven naar zorgboerderijen, aangezien een zorgboerderij geen erkende onderwijslocatie is. Dit maakt een dekkende bekostiging complex, mede doordat scholen vaak terughoudend zijn met het toewijzen van hun reguliere budget aan dergelijke samenwerkingen. Gemeenten bieden wel financiering vanuit zorg, maar de noodzaak tot ‘ontschotting’ tussen onderwijs- en zorggelden blijft cruciaal voor een geïntegreerd aanbod.
Voor het verkrijgen van financiering voor jeugdzorg gelden specifieke voorwaarden en criteria waar u als aanvrager aan moet voldoen. Deze richtlijnen zijn essentieel om de verantwoorde en effectieve besteding van middelen te waarborgen. De volgende subsecties behandelen gedetailleerd de toelatingseisen, budgettaire voorwaarden en criteria voor extra budget.
Voor de financiering van jeugdzorg gelden specifieke toelatingseisen en indicaties, die ervoor zorgen dat middelen gericht worden ingezet waar ze het meest nodig zijn. Cruciaal is een duidelijke en sluitende begroting en een gedegen financieringsplan, waarin ook de dekkingsbehoeften en aanvaardbare risico’s zijn opgenomen. Voor subsidieaanvragen, zoals voor innovatieve zorgprojecten, is vaak een duidelijke methodiek vereist en geldt als voorwaarde dat initiatieven niet reeds gefinancierd zijn door zorgverzekeraars of lokale overheden. Bovendien moet voor langlopende projecten de structurele inbedding en financiering binnen het projectplan helder zijn, om continuïteit na de subsidieperiode te waarborgen. Hoewel de exacte voorwaarden kunnen variëren, verdient cofinanciering voor veel projecten de voorkeur als blijk van draagvlak en engagement.
Voor het verkrijgen van financiering voor jeugdzorg zijn strikte budgettaire voorwaarden van kracht, waarvan een sluitende begroting de kern vormt. Deze begroting moet een realistische, transparante en gedetailleerde weergave zijn van zowel de inkomsten als de uitgaven, waarbij een balans zonder overschot of tekort essentieel is. Het is cruciaal dat alle kostenposten, inclusief een voorziening voor onvoorziene kosten, helder verantwoord kunnen worden. Voor een solide dekkingsplan is het vaak vereist dat de begroting gebaseerd is op marktconforme prijzen, bij voorkeur onderbouwd met ten minste drie offertes. Ook moeten gemeenten, als belangrijke financieringsbron, hun begroting volgens de BBV-richtlijnen zo opstellen dat deze begrijpelijk is voor niet-financiële lezers.
Gemeenten kunnen extra budget verkrijgen voor de financiering van jeugdzorg op basis van specifieke risicofactoren die binnen hun grondgebied aanwezig zijn. Deze factoren, die via een objectief verdeelmodel worden vastgesteld, weerspiegelen de complexiteit van de zorgbehoeften en de preventieve uitdagingen. Voorbeelden van dergelijke risicofactoren zijn:
Dit objectieve model stelt gemeenten in staat om sinds 2016 gerichte preventie en bescherming te financieren. Bovendien ontvingen gemeenten in 2022 ruim 1,3 miljard euro extra om de oplopende tekorten in de jeugdzorg te dekken.
Het aanvraagproces voor financiering jeugdzorg kent diverse procedures, afhankelijk van de aanvragende partij en het type ondersteuning. Zowel gemeenten als zorgaanbieders en instellingen volgen hierbij specifieke stappen, variërend van initiële quickscans tot het indienen van gedetailleerde projectplannen en begrotingen. Verdere details over de specifieke aanvraagprocedures vindt u in de onderliggende subsecties.
Om succesvol financiering voor jeugdzorg aan te vragen, doorlopen gemeenten een gestructureerd proces dat uit de volgende stappen bestaat:
De aanvraagprocedures voor financiering van jeugdzorg voor zorgaanbieders en instellingen zijn doorgaans gestructureerd en vereisen specifieke documentatie. Vaak begint het proces met een online aanvraagformulier of het indienen van een vooraanvraag, zoals veelvoorkomend is bij subsidieregelingen gericht op zorg en welzijn. Zorgaanbieders moeten een goed onderbouwd projectplan en een gedetailleerde begroting met dekkingsplan meesturen. Afhankelijk van de financierende partij kan men ook een uittreksel van de Kamer van Koophandel en de statuten van de organisatie vragen. Voor sommige subsidieregelingen, zoals die voor sociale en cultureel-maatschappelijke projecten, omvat de procedure een quickscan, een vooraanvraag en vervolgens een uitnodiging voor een volledige aanvraag, wat doorgaans ongeveer vier maanden in beslag neemt. Het zorgkantoor fungeert hierbij als een belangrijk contactpunt en kan zorgaanbieders informeren over specifieke aanvraagprocedures, bijvoorbeeld voor kleinschalige experimenten met innovatieve zorgprestaties.
Voor het verkrijgen van financiering van jeugdzorg via subsidieaanvragen gelden vaak strenge cofinancieringsvereisten. Specifiek voor innovatieve projecten in de ambulante jeugdzorg, en andere aanvragen boven de € 5.000, is in het jaar 2025 cofinanciering verplicht. Aanvragers dienen aan te tonen dat een substantieel deel van het projectbudget, doorgaans minimaal 30 tot 50 procent van de totale projectkosten, door andere partijen wordt gedekt. Deze cofinanciering kan bestaan uit geldelijke bijdragen (cash) of bijdragen in natura (in-kind), al mogen in-kind bijdragen veelal niet gekapitaliseerd worden. Het is cruciaal dat deze cofinanciering reeds definitief geregeld en aantoonbaar is bij de indiening van de subsidieaanvraag. Het niet voldoen aan deze voorwaarden kan leiden tot strengere waarborgvereisten, aanvullende kapitaalbijdragen of zelfs afwijzing van de subsidieaanvraag.
Budgettering en financiële verantwoordelijkheden binnen de financiering van jeugdzorg omvatten het zorgvuldig plannen en toewijzen van middelen, samen met de verplichting tot verantwoording over de besteding ervan. Nederlandse gemeenten en jeugdzorginstellingen worstelen momenteel met oplopende tekorten in de jeugdzorgfinanciering, wat een effectieve en efficiënte inzet van budgetten essentieel maakt. De volgende paragrafen bieden meer inzicht in het omgaan met tekorten, flexibele middeleninzet en financiële rapportage.
Omgaan met tekorten en begrotingsuitdagingen binnen de financiering van jeugdzorg vraagt van gemeenten structurele hervormingen en voorbereiding op toekomstige financiële veranderingen. De oplopende financiële tekorten bij gemeenten leiden tot een dringende oproep om het jeugdstelsel ingrijpend te herzien. Deze tekorten verdringen bovendien noodzakelijke uitgaven aan andere maatschappelijke opgaven. De financiële vooruitzichten zijn bijzonder uitdagend voor 2026, dat bekendstaat als het ‘ravijnjaar’, waarin gemeenten door een nieuw financieringssysteem ingrijpende financiële tegenvallers verwachten. Naar verwachting zal zelfs meer dan 80% van de gemeenten in 2026 en 2027 met financiële tekorten te kampen hebben. Het is daarom cruciaal dat gemeenten vanaf 2023 actief nadenken over alternatieve aanpakken om financieel het hoofd boven water te houden en zo vóór of in 2026 grip te krijgen op de begroting.
Flexibele inzet van middelen en minder bureaucratie zijn essentieel voor een doelmatige financiering jeugdzorg, zodat gemeenten en zorgaanbieders optimaal kunnen inspelen op veranderende behoeften. Een vermindering van onnodige regeldruk en administratieve lasten voor jeugdzorgprofessionals draagt hier direct aan bij, wat de effectieve inzet van hulpaanbod en expertise bevordert. Zo kan de flexibiliteit in gemeentelijke contracten en personeelsinzet het aanpassingsvermogen bij veranderende omstandigheden vergroten. Bovendien pleiten diverse organisaties voor minder administratieve lasten, terwijl de vernieuwing van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) de bureaucratie bij gemeenten kan verminderen. Dit alles creëert meer ruimte om schaarse middelen efficiënter in te zetten en zo de kwaliteit van de jeugdzorg te waarborgen.
Financiële rapportage en verantwoording zijn cruciale aspecten van de financiering van jeugdzorg, die zowel gemeenten als zorgaanbieders moeten naleven voor transparantie en effectiviteit. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) stelt voor gemeenten de eisen aan de opzet en inhoud van financiële rapportages, zoals begrotingen en jaarrekeningen, die het inzicht in de financiële positie verbeteren. Deze rapportages moeten naast financiële informatie een duidelijke weergave bieden van de gemeentelijke beleidsdoelen en hoe deze bereikt worden, met informatie van hoge kwaliteit die aansluit op de behoeften. Ook zorgaanbieders dienen een verplichte financiële jaarverantwoording in, waarvoor webinars en handleidingen praktische tips en trucs aanreiken. Deze verantwoording over de financiële situatie en prestaties is essentieel om belanghebbenden een helder beeld te geven en het vertrouwen te versterken.
De financiering van jeugdzorg kent diverse belangrijke stromen, waaronder gemeentelijke budgetten, specifieke regelingen voor jeugd-GGZ en subsidies voor innovatieve projecten. Gemeenten dragen de primaire verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg, waarbij de financiële stromen binnen het Sociaal Domein ook de budgetten voor de Wmo en Participatiewet beïnvloeden. Zo hebben gemeenten sinds 2015 de financiering van de jeugd-GGZ, een bedrag van circa 1,5 miljard euro, overgenomen van de zorgverzekeraars. Naast deze reguliere gemeentelijke middelen is er jaarlijks een fonds van € 703.240 beschikbaar voor innovatieve jeugdzorgprojecten die geen reguliere financiering ontvangen. Deze subsidies, variërend van € 5.000 tot € 25.000 per uitgifte, kunnen in 2025 door non-profit organisaties en zorginstellingen worden aangevraagd. Tevens vormt de financiering van onderwijs op zorgboerderijen een aparte stroom, vaak een complexe combinatie van zorg- en onderwijsgelden.
Gemeenten kunnen extra budget voor de financiering van jeugdzorg verkrijgen via verschillende mechanismen, waaronder het objectief verdeelmodel. Dit model kent extra middelen toe op basis van risicofactoren in de gemeente, zoals armoede of psychische problematiek bij ouders, een systeem dat sinds 2016 van kracht is. Bovendien heeft het kabinet in 2022 reeds een bedrag van 1,314 miljard euro extra beschikbaar gesteld om gemeentelijke tekorten in de jeugdzorg te compenseren, bovenop een eerder toegezegde 300 miljoen euro. Een arbitragecommissie heeft geadviseerd dat het kabinet substantiële bedragen moet reserveren: 1,9 miljard euro voor 2022, en jaarlijks 1,6 miljard euro voor 2023 en 2024, aangevuld met 800 miljoen euro voor 2028, specifiek voor gemeentelijke jeugdzorgtaken. Deze extra financiële middelen dienen niet alleen ter dekking van tekorten, maar ook voor investeringen in hervormingen en de versterking van de pedagogische basis, effectief vanaf 2022. Het financieel principeakkoord over de Hervormingsagenda Jeugd voorziet tevens in een tijdelijke verzachting met 385 miljoen euro extra voor jeugdzorg in 2024 en 2025.
Subsidies zijn cruciaal voor de financiering van jeugdzorg omdat zij innovatieve projecten ondersteunen die een nieuw perspectief bieden en hiaten in het reguliere aanbod vullen. Deze initiatieven richten zich op bijvoorbeeld methodiekontwikkeling of digitale hulpverlening via apps, mits ze geen reguliere financiering ontvangen. Dergelijke projecten kunnen in 2025 in vier specifieke periodes worden aangevraagd, waaronder van maart tot juni en van juni tot september. Voor aanvragen boven de € 5.000 is bovendien geen cofinanciering vereist, wat de drempel voor kleinere innovatieve ideeën aanzienlijk verlaagt en zo bijdraagt aan de versterking van de jeugdzorg.
De financiering van jeugd-GGZ wordt in Nederland hoofdzakelijk geregeld door gemeenten, die deze verantwoordelijkheid sinds januari 2015 hebben overgenomen van zorgverzekeraars. Deze transitie, die destijds gepaard ging met een budget van ongeveer 1,5 miljard euro, valt onder de bepalingen van de Jeugdwet. Het omvat psychosociale hulpverlening en geestelijke gezondheidszorg voor jongeren tot 18 jaar, inclusief ondersteuning in jeugdstrafrechtelijke situaties. Wanneer jeugdigen na hun achttiende levensjaar doorlopende behandeling nodig hebben, verschuift de bekostiging naar de Zorgverzekeringswet. Hoewel in 2021 nog een extra budget van 50 miljoen euro werd besteed aan tijdelijke capaciteit, is er voor het oplossen van het toenemend beroep op jeugdhulp meer nodig dan enkel extra geld voor jeugd-GGZ; een investering in een robuuste pedagogische infrastructuur is essentieel. Zo wees onderzoek uit 2019 uit dat de jeugd-GGZ te veel als een losse sector opereert binnen de bredere jeugdhulp, wat pleit voor een integrale aanpak.
De gevolgen van financiële tekorten voor de financiering van jeugdzorg zijn significant en omvatten onder meer een verminderde toegankelijkheid van noodzakelijke hulp voor kinderen en gezinnen. Specifiek veroorzaken tekorten in de jeugdbescherming dat kinderen lang moeten wachten op de benodigde ondersteuning. Jeugdzorg Nederland waarschuwt dat gemeenten door deze situatie financiële belangen zwaarder laten wegen dan de zorg zelf, wat leidt tot spanningen en verslechterde thuissituaties. Bovendien kunnen kortetermijn ingrepen, ingegeven door financiële redenen, op lange termijn zelfs hogere kosten veroorzaken. Knelpunten in de financiering van zorg kunnen eveneens leiden tot een vertraging in de ontwikkeling van jonge kinderen. De huidige jeugdhulpfinanciering kan ook verdringing van noodzakelijke uitgaven aan andere maatschappelijke opgaven tot gevolg hebben.
Lening.com ondersteunt u met specialistische expertise bij de complexe financiering van jeugdzorg. Wij begeleiden u door de diverse regels en aanvraagprocedures om een effectieve en duurzame financiële basis te realiseren. Hieronder vindt u meer informatie over ons advies, begeleiding en de actuele subsidiemogelijkheden.
Het correct navigeren door de complexe financieringsregels en voorwaarden voor jeugdzorg is essentieel voor zorgaanbieders en gemeenten. Elk financieringsaanbod, ook voor financiering van jeugdzorg, omvat specifieke voorwaarden die zorgvuldige aandacht vereisen. Hoewel leningen vaak focussen op looptijd en rente, kent jeugdzorgfinanciering unieke condities. Deze kunnen bestaan uit waarborgvereisten, de noodzaak van een aanvullende kapitaalbijdrage, of uitbetaling onder specifieke voorwaarden bij cofinanciering. Het is cruciaal om deze voorwaarden nauwkeurig te doorgronden om compliant te zijn en financiële verrassingen te voorkomen. Onze adviseurs kennen de uiteenlopende voorwaarden van financieringsverstrekkers en bieden u strategisch inzicht in de specifieke vereisten, zodat u weloverwogen beslissingen neemt.
Begeleiding bij de aanvraag van financiering voor jeugdzorg stroomlijnt het proces aanzienlijk en helpt u bij het navigeren door complexe procedures. Ons begeleidingstraject begint typisch met een offerteaanvraag via onze website, gevolgd door een persoonlijk gesprek. Hierna volgt telefonisch contact om uw specifieke aanvraag te bespreken en een gedetailleerde vragenlijst toe te zenden, essentieel voor een gerichte aanpak. Deze voorbereiding is cruciaal, aangezien het inschakelen van professionele hulp het indienen van een financieringsaanvraag aanzienlijk kan versnellen. Na een persoonlijk adviesgesprek ontvangt u een vrijblijvend aanbod voor de volledige begeleiding van uw financieringsaanvraag. Hoewel professionele ondersteuning waardevol is, kan de financier de aanvraag uiteindelijk afwijzen afhankelijk van de ingediende stukken. Met een gestructureerde aanpak zoals deze vergroot u de kans op een succesvolle lening aanvragen en ontvangen.
Voor de financiering van jeugdzorg zijn er diverse actuele subsidies en budgetten beschikbaar, die vaak vallen onder bredere maatschappelijke thema’s zoals zorg en welzijn. Deze middelen kennen echter geen vastomlijnde bedragen, daar jaarbudgetten variabel zijn en per regeling kunnen verschillen. Zo beschikken subsidies gericht op innovatie en technologie in onderzoek en ontwikkeling binnen de sector zorg en welzijn over een jaarlijks budget van € 7.336.566. Daarnaast is er voor maatschappelijke en sociale projecten, waar ook jeugdzorg onder kan vallen, een jaarbudget beschikbaar van € 2.354.746. Deze budgetten variëren sterk per uitgifte en zijn bovendien afhankelijk van de specifieke aanvraag en de geldende voorwaarden. Het is dan ook cruciaal om de actuele subsidieregelingen nauwkeurig te raadplegen om de mogelijkheden voor uw organisatie optimaal te benutten.
De financiering van gehandicaptenzorg kent raakvlakken met de financiering van jeugdzorg, met name waar het gaat om ondersteuning voor kinderen en jongeren met een beperking. Deze jeugdzorg is sinds 2015 een gemeentelijke taak en richt zich primair op kinderen van 0 tot 18 jaar, met mogelijke verlenging tot 23 jaar. Financiële ondersteuning voor subsidieprojecten gericht op het welzijn van gehandicapte kinderen is beschikbaar binnen maatschappelijke zorg en welzijn, vaak via financieringsvormen zoals het PGB, ZIN of middels de WMO of Wlz op basis van indicatie.
Echter, de scheidslijnen tussen de financieringsstromen voor Jeugdzorg, WMO en Wlz zijn niet altijd helpend. Deze afzonderlijke stromen creëren beperkende voorwaarden en leiden tot negatieve effecten, zoals een nadruk op uitstromen of juist blijvend zorggebruik. Dit bemoeilijkt de transitie naar volwassenheid in de zorg voor jongeren met een handicap, doordat financiële schotten tussen jeugd-GGZ en volwassenen-GGZ een vloeiende overgang belemmeren.
De Zorgverzekeringswet (Zvw) draagt bij aan de financiering van zorg in Nederland, maar de financiering van jeugdzorg is grotendeels gedecentraliseerd naar gemeenten, wat de rol van de Zvw hierin beïnvloedt. De Zvw-financiering wordt voor circa 50 procent betaald uit inkomensafhankelijke bijdragen en voor ongeveer 45 procent uit nominale premies, zoals in 2015 het geval was. Een belangrijke ontwikkeling was dat gemeenten al vóór 2015 de financiering van jeugd-GGZ, een bedrag van ongeveer 1,5 miljard euro, overnamen van zorgverzekeraars.
Deze overheveling heeft de verantwoordelijkheid voor veel specialistische jeugdhulp bij de gemeenten gelegd. Ondanks de decentralisatie voorziet ondersteuning vanuit zowel de Jeugdwet, de Wlz als de Zvw wel in de voorliggende zorgvraag voor leerlingen. Houd er echter rekening mee dat budgetten uit deze wetten niet direct voor onderwijs ingezet mogen worden, wat complexiteit creëert bij de integratie van zorg en leren. De verschuiving benadrukt dat, hoewel de Zvw medisch-specialistische zorg voor volwassenen financiert, de afbakening met jeugdzorg en andere wetten continu aandacht vereist om overlappingen of gaten in de zorg te voorkomen.
Financiering van thuiszorg en jeugdzorg kent specifieke regelingen, waarbij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) vaak een cruciale rol speelt in de verbinding. De financiering van verpleging thuis valt bijvoorbeeld primair onder de Zorgverzekeringswet. Echter, voor dagbesteding, begeleiding en wonen die ook aan huis geboden kunnen worden, zijn gemeenten vaak de financierende partij via de Wmo of Jeugdwet, wat de complexe samenhang tussen verschillende financieringsstromen toont.
Hoewel de financiering jeugdzorg primair bij gemeenten ligt, overlappen de ondersteuningsbehoeften van gezinnen vaak met thuiszorggerelateerde diensten. Denk hierbij aan ondersteuning voor jongeren met een beperking die thuis wonen, waarbij zowel jeugdhulp als Wmo-ondersteuning nodig kan zijn. De uitdaging blijft om deze gescheiden budgetten effectief te laten samenwerken voor een gecoördineerde aanpak die verder gaat dan strikte wetsgrenzen.